De gerandomiseerde studies die voor 2010 zijn uitgevoerd, hebben geconcludeerd dat chirurgie de beste optie is om het risico op CVA bij patiënten met een ernstige stenose te verkleinen. Maar sindsdien zijn de geneesmiddelen die worden voorgeschreven om dat risico te verkleinen, veel verbeterd. Daarmee rijst opnieuw de vraag: "Wat is het reële nut van chirurgie en wat is de plaats van chirurgie in het therapeutische beleid?"

In de grote, gerandomiseerde studies met empagliflozine en dapagliflozine verbeterde de SGLT2-remmer de prognose van patiënten met hartfalen met een gedaalde linkerventrikelejectiefractie sterk, ongeacht of ze al dan niet diabetes hadden.

Op een post-hocanalyse van de SUSTAIN-studies na, waarin een daling van de albuminurie is vastgesteld, is er nauwelijks iets bekend over de effecten van semaglutide, een GLP-1-receptoragonist, bij patiënten met type 2-diabetes én nierlijden.

Een remissie bewerkstelligen en handhaven zijn essentiële doelstellingen bij de behandeling van type 2-diabetes. Maar in welke mate zijn die doelstellingen te halen? Een studie levert interessante, maar verontrustende informatie ter zake op.

De internationale richtlijnen raden een snel herstel van het sinusritme aan bij patiënten met symptomen en niet bij patiënten zonder symptomen. Maar is dat wel een goed idee, als je weet dat het risico op hartfalen en CVA en de cardiovasculaire sterfte al bij al vergelijkbaar zijn ongeacht of de atriumfibrillatie al dan niet symptomen veroorzaakt?

De richtlijnen van de US Preventive Services Task Force zijn gebaseerd op de gegevens van 13 gerandomiseerde studies uitgevoerd met aspirine in lage dosering (≤ 100 mg/d), vooral de studies ARRIVE en ASPREE bij patiënten zonder diabetes en ASCEND bij patiënten met diabetes. In die studies is geen overtuigend effect op de cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit vastgesteld, maar wel een duidelijk hoger risico op maag-darm- en hersenbloeding.

Een direct bewijs bij analyse van de gegevens van volwassenen (> 50 jaar) in de Verenigde Staten (n = 9.294) en het Verenigd Koninkrijk (n = 7.566) met een goede cognitieve gezondheid. De vorsers hebben gezocht naar een eventuele correlatie tussen de cumulatieve bloeddrukbelasting op lange termijn (mediane follow-up 8 jaar) en achteruitgang van de cognitieve functies, optreden van dementie en overlijden ongeacht de doodsoorzaak (1).

Patiënten met type 2-diabetes lopen een hoger risico op dementie in de brede zin van het woord, maar het is nog niet duidelijk of dat geldt voor alle vormen van dementie en of de glykemiecontrole invloed heeft op dat risico.

Ketoacidose wordt klassiek op de intensive care behandeld omdat in het begin zeer frequente klinische en laboratoriumcontroles vereist zijn om de behandeling aan te passen. De doelstellingen van de behandeling zijn: snelle correctie van de vullingstoestand, de hyperglykemie en de acidose en preventie van hypokaliëmie.

Een groep van de Mayo Clinic heeft de effecten van een korte slaaptijd op de calorie-inname, het calorieverbruik en de distributie van het lichaamsvet onderzocht bij 12 gezonde niet-zwaarlijvige mensen van 19 tot 39 jaar (9 mannen), die in het ziekenhuis werden opgenomen en vrije toegang hadden tot voedsel.

Het is duidelijk bewezen dat er een correlatie bestaat tussen het bestaan van cardiovasculaire risicofactoren tijdens de kinderjaren en de adolescentie en subklinische aantasting van het hart en de bloedvaten op volwassen leeftijd, maar of er ook een correlatie bestaat met klinische accidenten zoals myocardinfarct en voortijdige sterfte is veel minder goed gedocumenteerd.

Bij een aanzienlijk aantal patiënten bij wie coronair lijden wordt vermoed, toont een coronariografie geen significante letsels. Die patiënten kunnen echter een aantasting van de microcirculatie of spastische angina pectoris vertonen, die bij een coronariografie niet in beeld wordt gebracht. Deze auteurs, onder wie de artsen van het cardiovasculair centrum van Aalst, hebben de literatuur ad hoc doorgenomen en een meta-analyse uitgevoerd.

Online e-learning

Real-world treatment adherence and strict inclusion criteria used during RCTs can lead to several patient groups being underrepresented. Therefore, real-world data on DTG-based 2DRs are highly needed to be able to evaluate virologic and safety outcomes in these underrepresented patient groups.In this webinar, Dr. Nasreddine highlighted the outcomes of the BREACH DTG-based 2DR cohort, a retrospective, observational, multicenter study (n=10).Subsequently Prof. De Wit, Chair of the Belgian HIV Research Consortium BREACH, gave his clinical implications of these cohort data.Finally, Dr. De Scheerder provided a comprehensive overview of the real-world DTG/3TC data that are currently available beyond Belgium.

Take the course