...

Voorts is de menopauze het eindpunt van een periode die men de menopauzale transitie of overgang noemt. Eén jaar na de laatste menstruatie zegt men dat de vrouw postmenopauzaal is.Bij de menopauze en tijdens de periode daarrond vinden belangrijke hormonale veranderingen plaats. Over een periode van ongeveer vier jaar nemen de oestrogeenspiegels in het bloed af tot zowat een derde. De afname begint zo'n twee jaar voor de laatste menstruatie.Prof. Verhaeghe verwijst naar de jarenlange discussie die experts voeren rond het differentiëren van klachten gerelateerd aan de menopauze en veranderingen die aan voortschrijdende leeftijd sensu stricto gebonden zijn. "Afwijkingen zoals vaatremodelering en metabool syndroom worden toegeschreven aan de menopauze, veeleer dan aan het verouderingsproces. Maar een studie waarbij de vijf parameters van het metabool syndroom werden vergeleken bij mannen en vrouwen, nuanceert dit. Men zag die vijf parameters stijgen met de leeftijd. De prevalentie van abdominale obesitas en hypertensie steeg echter duidelijk sneller bij vrouwen rond de menopauze dan bij mannen van dezelfde leeftijd."Vrouwen in de menopauze gaan iets meer eten en over het algemeen ook iets minder bewegen, waardoor de vetmassa en het gewicht toenemen. De gewichtstoename treedt vaak al op een vijftal jaar voor de menopauze, maar onderzoeksgegevens wijzen uit dat alleen de gewichtstoename na de menopauze te wijten is aan de dalende oestrogeenspiegels. Daarnaast treedt er een evolutie op van een vrouwelijke naar een mannelijke vetverdeling. De ontwikkeling van het mannelijke patroon met meer visceraal vet gaat gepaard met insulineresistentie, die op haar beurt lipidenstoornissen en inflammatie verwekt. Slaapstoornissen door opvliegers kunnen eveneens een negatieve impact hebben op insulineresistentie. De afname van de oestrogeenspiegels veroorzaakt endotheeldisfunctie, met een neiging tot vasoconstrictie, die de verhoogde prevalentie van hypertensie mee kan verklaren.In verband met de behandeling van klachten en symptomen verbonden aan dalende oestrogeenspiegels in de peri- en postmenopauzale periode verwijst prof. Verhaeghe naar de WHI-studie (Women Health Initiative), waarvan de eerste resultaten werden gepubliceerd in 2002. De studie omvatte meer dan 27.000 vrouwen, die werden gerandomiseerd naar hormonale substitutietherapie (HST) (n= 13.816) of placebo (n=13.531). De HST-groep bestond uit twee subgroepen. Vrouwen met een intacte uterus kregen oestrogeen + progestageen. Het studieonderdeel waarbij deze vrouwen de behandelde groep vormden, werd gestopt na 7,2 jaar. Vrouwen zonder uterus kregen alleen oestrogenen. Deze deelstudie werd gestopt na 5,6 jaar. De betrokken termijnen stemmen overeen met de duur van menopauzeklachten, die vijf tot zeven jaar aanhouden. Alle vrouwen werden verder opgevolgd tot 2014. De eindresultaten zien er als volgt uit:De totale en cardiovasculaire mortaliteit was identiek in de behandelde groepen en de placebogroep; De mortaliteit door borstkanker was licht verhoogd in de groep met gecombineerde HST, maar verlaagd in de groep met oestrogenen alleen;(*)De mortaliteit door dementie (ook voor de ziekte van Alzheimer apart beschouwd) was licht gedaald in de groep met gecombineerde HST; Er bestond een trend naar afgenomen totale mortaliteit bij behandelde vrouwen die bij de start 50-59 jaar oud waren.De resultaten die in 2002 werden gepubliceerd, wezen op een hazard ratio van 1,29 (95% CI 1,02-1,63) voor coronair lijden en van 1,41 (1,07-1,85) voor beroerte. "Daarom luidde de conclusie destijds dat HST schadelijk is voor de cardiovasculaire gezondheid", duidt prof. Verhaeghe. "Enkele jaren later bleek uit een diepgaander analyse dat het risico sterk leeftijdsgebonden was en dat de verhoging van zowel coronair lijden als beroerte hoofdzakelijk afkomstig was uit de leeftijdsgroep 70-79 jaar. De WHI-studie was eigenlijk een anti-agingstudie, zodat heel wat vrouwen voor het eerst HST kregen boven de leeftijd van 70 jaar."De gecombineerde HST deed wél het risico op diepveneuze trombose en long- embool toenemen, zoals dat ook met de gecombineerde anticonceptiepil het geval is. Het risico was in de WHI-studie ongeveer tweemaal verhoogd. Net zoals bij de anticonceptiepil was het risico vooral hoog bij het begin van de behandeling, en extra hoog bij vrouwen met genetisch bepaalde trombofilie, hogere leeftijd en een BMI > 30.Op metabool vlak scoorde de gecombineerde HST in de WHI-studie daarentegen goed, met een afname van het risico op diabetes type 2. De meting van het gewicht en de buikomtrek was in de WHI-studie niet volkomen betrouwbaar, omdat verschillende studiecentra erbij betrokken waren. Maar andere gerandomiseerde studies, zoals de PEPI-studie, vonden met gecombineerde HST een afname van de buikomtrek. Er was ook iets minder gewichtstoename dan met placebo, in tegenstelling tot wat veel vrouwen vrezen.De resultaten van hoofdzakelijk de WHI-studie hebben geleid tot nieuwe benaderingen voor de behandeling van menopauzeklachten, die in het volgende artikel worden besproken.