De mogelijke oorzaken van plotseling overlijden bij jonge sportlui jonger dan 35 jaar kunnen over het algemeen worden opgespoord op basis van eventuele klachten of met een elektrocardiogram. Hoe zit het met oudere sportlui?

Nicole M. Panhuyzen-Goedkoop (Amsterdam, Nederland) presenteerde hierover een studie in de 'abstracts of the day'. De auteurs van de studie hebben de voorspellende waarde onderzocht van verschillende elektrocardiografische criteria, namelijk die van de ESC (European Society of Cardiologie) (1), van Seattle (2) en, ten slotte, de criteria die dit jaar werden vastgelegd door een internationale groep van experts (3).

Het gaat om een retrospectieve studie met de gegevens van 494 sportlui ouder dan 35 jaar. Bij deze sportlui had een afwijking bij opsporing geleid tot een diepgaander onderzoek (4).

Met de gebruikte strategie werd bij 57% van de sportlui een cardiovasculaire afwijking ontdekt die verder onderzoek vereiste. De criteria van de internationale experts zijn de meest specifieke (47%). Ze gaan gepaard met 9,9% foutpositieven en 39,7% foutnegatieven. De waarden voor de criteria van de ESC en voor de Seattle-criteria bedragen respectievelijk 24,3% en 19%, 16,2% en 30,4%.

Volgens N. Panhuyzen-Goedkoop tonen deze resultaten aan dat een elektrocardiogram een doeltreffend middel is om mogelijke oorzaken van plotseling overlijden bij sportlui op te sporen, zowel bij 35-plussers als bij jongere sportlui. Overigens spreken de resultaten ten gunste van de criteria van de ESC, los van de leeftijd van de sporter.

1. Corrado D et al. Eur Heart J 2005; 26:516-524.

2. Drezner JA et al. Br J Sports Med 2013; 47:122-124.

3. Sharma S et al. Eur Heart J 2018; 39:1466-1480.

4. NM Panhuyzen-Goedkoop et al. ESC annual meeting 2018, Munich, abstract 477.