De behandeling van multipele sclerose is soms moeilijk. Elke nieuwe relaps bij een relapsing remitting MS kan een functioneel belangrijk verlies veroorzaken, maar daarom nog niet onmiddellijk gezien de plasticiteit van de neuronen. De cumulatieve schade beperkt echter de efficiëntie van die plasticiteit. Als de reserves snel opgebruikt geraken, zal de ziekte ook sneller evolueren.

Step Up of Step Down?

Iedereen is ervan overtuigd dat het beter is de behandeling zo snel mogelijk te starten, maar hoe doe je dat? Dat punt werd aangesneden door Gilles Edan (Rennes, Frankrijk). Grosso modo bestaan er twee mogelijkheden: ofwel begin je met het minst krachtige geneesmiddel en drijf je de behandeling zo nodig op naar het krachtigste geneesmiddel ofwel doe je net het tegenovergestelde en geef je meteen een inductietherapie. "Met een inductietherapie, aldus de Franse specialist, kan je snel een stadium bereiken waarin geen ziekteactiviteit meer kan worden waargenomen, wat toch de gouden standaard is bij de behandeling van multipele sclerose." Je gaat dan wel een aantal patiënten onnodig blootstellen aan bijwerkingen, die ernstig kunnen zijn. Gilles Edan heeft als eerste het wetenschappelijke bewijs geleverd van het belang van een inductietherapie. "Het is daarbij de bedoeling om de ziekte zo snel mogelijk volledig onder controle te brengen door toediening van krachtige geneesmiddelen en om daarna over te schakelen op een veiligere onderhoudstherapie.

Voor wie?

De volgende vraag is: "Wanneer geef je een inductietherapie en aan wie? Gilles Edan heeft het antwoord op die vraag gegeven in een artikel dat hij 4 jaar geleden heeft gepubliceerd en dat wordt samengevat in de onderstaande tabel.

Tabel: Indicaties voor een inductietherapie bij een relapsing remitting MS: Zuivere relapsing remitting MSLeeftijd < 40 jaarZeer actieve ziekte met minstens 2 relapsen tijdens de afgelopen 12 maanden.Ernstige relaps met een EDSS-score van 4 of hoger.Stijging van de EDSS-score met 2 punten of meer als gevolg van relapsen.Minstens twee extra Gd+ letsels op een recente T2-gewogen MRI.

Het spreekt dus voor zich dat niet alle patiënten een inductietherapie hoeven te krijgen. "Veel patiënten kan je met succes behandelen op grond van de gegevens van het klinisch onderzoek en beeldvorming. Volgens de FDA zijn mitoxantron en alemtuzumab geneesmiddelen die in aanmerking zouden kunnen komen voor een inductietherapie. Cladribine is ook een goede kandidaat", legt Gilles Edan uit. Nu moeten we nog nagaan hoe we behandelingen zoals ocrelizumab kunnen afbouwen. Daar is verder onderzoek voor vereist.

Edan G. Reconsidering the concept of induction therapy: The Evidence. ECTRIMS 2017