De moedige en volhardende Engelse vorsers zijn hun onderzoek meer dan dertig jaar geleden gestart bij 132 patiënten. Om de vijf jaar hebben ze de patiënten opgeroepen voor een MRI en een grondige evaluatie van de handicap met bepaling van de EDSS-score. Tijdens de 30 jaar van de studie zijn daar nieuwe onderzoeken bijgekomen zoals een test van het functioneren van de benen en de armen en cognitieve tests. Bij de laatste consultatie van de patiënten werden de cognitieve functies geëvalueerd met recente, performante tests. Ook werd een volledig overzicht van het beroepsleven opgesteld door de patiënt zelf en de sociale diensten.

29 patiënten van de oorspronkelijke groep zijn inmiddels overleden, van wie een goede helft aan de gevolgen van MS. Als je daar ook nog de 12 patiënten bijtelt die de studie op eigen houtje hebben stopgezet, schieten er nog 91 patiënten over voor de analyse.

Een derde van de patiënten is blijven steken in het stadium van klinisch geïsoleerd syndroom. Die patiënten werden niet meegeteld bij de verdere evaluatie omdat ze geen echte MS hebben ontwikkeld. Van de overige patiënten heeft ongeveer 30% een RRMS ontwikkeld en iets meer dan een derde van de patiënten is op een gegeven ogenblik geëvolueerd naar een secundair progressieve MS.

Over een periode van 30 jaar is de EDSS-score zeer laag gebleven en niet gestegen bij 38% van de 35 patiënten met een RRMS. Die patiënten hebben gedurende de hele studie gewerkt en een aantal geniet van een welverdiend pensioen. De evolutie van de functionele scores en de scores van de cognitieve tests kon volledig worden toegeschreven aan de fysiologische leeftijdsgebonden veranderingen.

Het feit dat er over een zeer lange periode geen evolutie is opgetreden, bewijst volgens de onderzoekers dat er wel degelijk goedaardige vormen van MS bestaan. Naast RRMS en secundair progressieve MS moeten we dus ook het bestaan erkennen van goedaardige vormen van MS.

Ref.: Chung K.K. Et al., OP199, Vrije mededelingen 4, ECTRIMS 2017, Parijs, 27/10/2017.