Het Nationale College voor Sociale Verzekeringsgeneeskunde onder leiding van prof. Mairiaux zal richtlijnen opstellen voor lage rugpijn, een aandoening in de schouder en een in de pols, een knieprothese, een acuut hartinfarct, borstkanker, lichte angst of depressie, en burn-out. Acht aandoeningen die vaak tot kort ziekteverzuim leiden of langdurige afwezigheden veroorzaken.

Geen besparingsmaatregel of controlemechanisme, verzekert minister Maggie De Block. Enkel een hulpmiddel voor huisartsen. Mensen zouden ook niet onder druk gezet worden om sneller opnieuw te gaan werken.

Volgens prof. Mairiaux past de maatregel wel degelijk in de strijd tegen de explosieve toename van langdurig zieken in België. En het Riziv bevestigt dat de inspectiedienst DGEC (De Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle) van de ziekteverzekering zich mogelijk in 2019 al zal baseren op de nieuwe regels. Artsen die te veel van de aanbevolen termijn afwijken, riskeren een sanctie.

Concrete richtlijnen over de gemiddelde duur van arbeidsongeschiktheid bestaan al in Frankrijk en Zweden

400.000 Belgen zijn langer dan een jaar thuis door ziekte. Wij als artsen hebben een impact op het herstel. Hoe sneller iemand progressief het werk hervat met een correcte opvolging, hoe groter de kans op een volledig herstel.

Concrete richtlijnen over de gemiddelde duur van arbeidsongeschiktheid kunnen hierbij helpen. Ze bestaan al in Frankrijk en Zweden. Het zijn trouwens de Franse richtlijnen waarop Maggies werkgroep zich zal baseren.

De geneeskundige praktijkvoering is sowieso geënt op evidence-based algoritmes. Op basis van wetenschappelijk onderzoek en praktijkervaring groeit een consensus over de meest efficiënte en effectieve behandeling. Hieruit vloeien bijvoorbeeld de klinische praktijkrichtlijnen van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg.

Dat gezegd zijnde: het bepalen en vervolgens toepassen van de richtlijnen zal nog niet zo eenvoudig zijn; tal van factoren spelen mee. Niet enkel persoonsgebonden risicofactoren (zoals leeftijd, gewicht, andere aandoeningen zoals suikerziekte) of eventuele complicaties bij de behandeling, maar ook de werkomstandigheden van de patiënt. Want de aard van het werk en de mogelijkheden tot aangepast of ander werk zijn vaak de doorslaggevende factor in hoe snel iemand het werk kan hervatten.

Een gestructureerd overleg tussen de behandelend arts, de adviserend arts en de arbeidsarts dringt zich op

Zo zijn in een heel recent artikel in de Scandinavian Journal of Work, Environment & Health 56 studies onderzocht over de terugkeer naar het werk na een carpal tunnel release. De mediane tijd tot terugkeer naar niet-manueel werk blijkt 21 dagen (bereik 7-41), vergeleken met 39 dagen voor manueel werk (bereik 18-101). De duur van arbeidsongeschiktheid is dus bijna verdubbeld wanneer iemand polsbelastend werk doet. Er is bovendien een heel grote variabiliteit: van 18 tot 101 dagen. De redenen waarom ontbreken in de onderzochte studies, maar de concrete mogelijkheden naar aangepast of ander werk zijn ongetwijfeld een belangrijke factor.

Concrete richtlijnen over de gemiddelde verwachte duur van arbeidsongeschiktheid kunnen ons helpen, maar op zich zijn ze niet voldoende. Een gestructureerd overleg tussen de behandelend arts, de adviserend arts en de arbeidsarts dringt zich op, met een goede begeleiding van de werknemer via overleg met de werkgever naar een progressieve re-integratie. Maar dat alles kost tijd en energie. En dan komt de volgende vraag: wie gaat dat betalen?