De vorige Vlaamse regeringen werden meteen na de verkiezingen gevormd, zonder eerst twee maanden talmen. Ze konden daarom al starten in de vakantieperiode. De meeste ministers hielden zich toen in de eerste weken echter stil. Ze zegden dat ze hun dossiers instudeerden.

Dat is hier vaak heel erg nodig omdat veel ministers niet vertrouwd zijn met de bevoegdheden die hen worden toegewezen. Dat is ook dit keer het geval. Maar dit keer zegden ze niet dat ze nog moesten studeren. Bijna allemaal zegden ze dat ze nog niets over hun beleid konden zeggen omdat ze hun kabinet nog moesten samenstellen.

Die afhankelijkheid van kabinetten, blijft me al decennia verbazen. In heel de wereld zijn ministers bekwaam om te regeren zonder kabinetten. Ze regeren met de hulp van de administraties die al jaar en dag waken over het domein waarover de minister bevoegd is geworden.

Alleen de ministers van het piepkleine België en zijn deelstaten kunnen dat niet. We hebben persoonlijke raadgevers nodig, zeggen ze. In de meeste landen hebben ministers één of enkele persoonlijke raadgevers. Frankrijk, Italië en Griekenland kennen ook kabinetten van vijf à tien personen. Bij ons zijn reusachtige kabinetten in zwang. Hier telt het kleinste kabinet 35 mensen. Het ambtelijke Federaal Agentschap voor de Schuld dat de 398 miljard euro (398.000.000.000 euro) staatsschuld van België beheert, doet dit met 30 medewerkers. Het allerkleinste kabinet in federaal België omvat 35 politieke medewerkers. Veel ministers hebben er 60, sommige 90. Alles samen zijn er in ons land meer dan 3.000 cabinettards.

Die afhankelijkheid van kabinetten, blijft me al decennia verbazen

Vlaanderen, het moet gezegd worden, houdt het nog relatief beperkt. Sinds de jaren negentig wordt een geleidelijke daling van het aantal kabinetsleden nagestreefd. De regering Peeters II zorgde voor een daling van 400 naar minder dan 300 inhoudelijke medewerkers (uitvoerend personeel niet meegeteld), herrekend naar voltijdse eenheden. Onder de vorige regering met negen ministers liep het aantal inhoudelijke medewerkers weer op tot boven de 300.

Wat maakt beleid voeren hier zo moeilijk dat zulke grote kabinetten nodig geacht worden? In andere landen vinden ministers het normaal dat ze het beleid voeren met hun administratie. In België en zijn deelstaten vertrouwt de politiek de administratie niet en voegt men een dure bestuurslaag toe tussen minister en administratie.

Kabinetten geven opdrachten aan de administratie en controleren wat de administratie aan de minister voorlegt, ze bereiden de wetten en decreten en de besluiten voor, ze ontvangen de groepen die vragen hebben voor de minister, ze stomen de antwoorden op parlementaire vragen klaar, ze voeren het woord namens de minister, ze onderhouden de contacten met de kiezers en de streekgenoten en de partijgenoten van de minister.

En ze bevolken de interkabinettenwerkgroepen, de beruchte IKW's. De ministers van een regering vertrouwen elkaar ook niet en houden toezicht op elkaar via die IKW's; daarin moeten ze hun dossiers voorleggen aan de kabinetsmedewerkers van hun collega's opdat die er ook hun politieke accenten in zouden kunnen leggen.

Onze ministers en de meeste politieke waarnemers en journalisten denken niet meer na over die kabinetten en vinden het bestaan ervan en hun omvang 'normaal'. Het is altijd zo geweest, zeggen ze.

Het is hier al lang zo maar dit is niet normaal.

Dit is het enige land ter wereld waar zulke kabinetten bestaan. Ze maken het bestuur van dit land duur en zorgen voor een overdreven politisering.

De regels van goed bestuur eisen een systematische afbouw van die kabinetten.