Immers, voor GVHV was de Orde der (toen nog) Geneesheren de emanatie van alles wat er fout liep in de gezondheidszorg. Het was een elitair clubje van rijke dokters, een reactionaire, antidemocratische, kapitalistische instelling die de financiële belangen van het medisch korps verdedigde. En het hielp natuurlijk niet dat de Orde en het 'syndicaat Wynen' (nu Bvas) in die dagen één pot nat was.

Het hoeft geen betoog dat het wereldbeeld van de - bij de communistische PVDA (of het vroegere Amada) aanleunende GVHV-artsen daar haaks op stond. GVHV streeft naar een democratische, solidaire samenleving en gezondheidszorg. Hun artsen bieden gratis geneeskunde aan, overgoten met een flinke scheut maatschappelijk engagement. Kwatongen beweren: maatschappelijke missionariswerk met als glijmiddel gratis geneeskunde. Hoe dan ook, vriend en vijand erkent dat GVHV op medisch vlak altijd state of the art is geweest. Met hun wetenschappelijk onderbouwde, geïntegreerde aanpak van de geneeskunde waren ze hun tijd ver vooruit.

Panta rhei, alles verandert

Het stond echter in de sterren geschreven dat de GVHV-ideologie vroeg of laat zou botsen met de Orde. De GVHV-artsen tackelden vier decennia geleden ook nog met de twee voeten vooruit. Zich inschrijven bij de Orde en het betalen van lidgeld is voor artsen bij wet verplicht. Wie dat niet deed, kreeg geheid problemen. Veel problemen. Indertijd gebruikte de Orde alle voorhanden zijnde wettelijke middelen om balsturige artsen op de knieën te krijgen. Tot spectaculaire inbeslagnames van hun bezittingen toe. Dat ging steevast gepaard met een heel mediacircus.

Dat het dispuut nu eindigt, is veelzeggend. Panta rhei, alles verandert. Dat geldt voor de Orde, voor GVHV zelf, voor de samenleving én - niet in het minst en niet onbelangrijk - ook voor het indertijd verketterde Bvas.