Het is dan ook niet verwonderlijk dat er de laatste jaren in toenemende mate aandacht is voor het stimuleren van het welzijn van onze schoolgaande jeugd. Zo vind je in verschillende lagere scholen in Vlaanderen leerkrachten die vanuit eigen interesse en op eigen houtje, goedbedoelde interventies opzetten, zoals mindfulness voor hun leerlingen.

Ook preventie mag kwalitatief zijn, zeker rond geestelijke gezondheid bij onze jongeren

Hoewel zulke praktijken an sich niet verkeerd zijn, ontbreekt er vaak wetenschappelijke onderbouwing en omzichtigheid: zo is het momenteel bijvoorbeeld nog steeds onduidelijk wat mogelijke tegenindicaties van zulke mindfulness interventies zijn. Sommige directies en (zorg)leerkrachten stellen dan ook een meer onderbouwde en strategische aanpak voorop en doen voor een zekere kwaliteitsgarantie beroep op bestaande interventies.

Helaas is je op bestaande interventies beroepen niet altijd een garantie voor kwaliteit of effectiviteit. Zelfs over de werkzaamheid van een internationaal wijdverspreid en geëvalueerd initiatief, zoals Triple P rond positief opvoeden, blijkt uiteindelijk minder consensus te bestaan dan op het eerste zicht gedacht.

Dit najaar dook bijvoorbeeld ook emotioneel remediëren op. Op basis van dit concept richt het begeleidingscentrum De Bleekweide momenteel in verschillende Vlaamse scholen en bij lokale besturen 'gevoelsplekken' op. Kinderen zouden leren om hun gevoelens daar een plaats te geven, waarbij onder meer de controversiële praktijk van het afreageren van agressieve gevoelens wordt aangeleerd.

Aan alle huidige en toekomstige beleidsmakers, aan alle gezondheidszorgprofessionals en aan alle academici: waak alstublieft mee over de kwaliteit en onderbouwing van dit soort initiatieven

Slaan op een boksbal wanneer je kwaad bent, gaat uit van het idee van catharsis: een idee dat al frequent onderzocht is en waarover consensus bestaat dat het niet werkt. Als onderbouwing haalt de organisatie een masterproef met actie-onderzoek aan de UGent aan, maar het weigert de inhoud vrij te geven. De implementatie loopt ondertussen verder, maar of en hoe emotioneel remediëren zou werken, kunnen externen niet aftoetsen. Zo'n praktijk is ongezien, in tijden van open science en in het kader van good research practices, waarbij onderzoekers zelfs vaak hun ruwe data ter beschikking stellen voor een kritische blik.

Aan alle huidige en toekomstige beleidsmakers, aan alle gezondheidszorgprofessionals en aan alle academici wil ik dan ook vragen: waak alstublieft mee over de kwaliteit en onderbouwing van dit soort initiatieven. Dat wil niet zeggen dat we cynisch hoeven te zijn, maar wel dat we een zekere standaard mogen vooropstellen. Vraag bijvoorbeeld transparantie rond de onderbouwing en evaluatie van programma's, zeker wanneer er claims worden gemaakt rond effectiviteit.

Binnen onze curatieve gezondheidszorg lukt het momenteel vrij goed om die kwaliteit te garanderen, maar streef dit ook na binnen de preventieve (geestelijke) gezondheidszorg. Een formele evaluatie van het bestaande aanbod doen, geregeld bijsturen op basis van voortschrijdend inzicht en duidelijk communiceren naar alle actoren die werken rond preventie van geestelijke gezondheid bij onze jeugd is een absolute noodzaak. Veel van wat er momenteel wordt georganiseerd mag namelijk wel goedbedoeld zijn, het adagium 'baat het niet dan schaadt het niet', is in deze context echter geen zekerheid, integendeel.