...

Het betreft een voorontwerp tot wijzing van de Wet inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg. De wijziging houdt in dat een zorgverlener bij het aanvragen van een visum moet bewijzen dat hij een van de landstalen beheerst. Dat kan aan de hand van een diploma secundair, hoger of universitair onderwijs in een van die drie talen of een erkend taalcertificaat. Afhankelijk van de functie is een ander certificaat nodig - een zorgkundige hoeft niet hetzelfde taalniveau te beheersen als een arts.Nadien moeten zorgverleners te allen tijde een van de drie landstalen voldoende beheersen om kwaliteitsvolle gezondheidszorg te verstrekken, zo staat te lezen op de website van minister Frank Vandenbroucke (Vooruit), die het voorstel aan de ministerraad voorlegde. "Het is onontbeerlijk dat gezondheidszorgbeoefenaars de taal beheersen voor een kwaliteitsvolle en veilige gezondheidszorgverlening [...] voor de communicatie met de patiënt en andere gezondheidszorgbeoefenaars, maar ook voor het bijhouden van patiëntendossiers, het opstellen van voorschriften, het interpreteren van onderzoeksresultaten etc.", klinkt het.UitzonderingEr wordt een uitzondering gemaakt voor buitenlandse zorgverleners met een uitzonderlijke expertise. Bij koninklijk besluit kunnen vrijstellingen worden gegeven.Vandaag zijn de openbare ziekenhuizen integraal onderworpen aan de taalwetgeving. Dat betekent dat de patiënt recht heeft op dienstverlening in het Nederlands of het Frans. De taalwetgeving is altijd van toepassing wanneer een patiënt wordt opgenomen via een erkende spoedgevallendienst.Het voorontwerp wordt nu ter advies voorgelegd aan de Raad van State.