Beide termen worden vaak door elkaar gebruikt, maar weerspiegelen toch een andere benadering. Bij "patient-centred" ligt de focus op de patiënt gekenmerkt door zijn aandoening. Bij "person-centred" ligt de klemtoon op de gezondheid van het individu, zoals geformuleerd in vraag zes van de campagne: "van ziektezorg naar gezondheidszorg".

Ook kwetsbaarheid wordt als een belangrijk aandachtspunt naar voren gebracht vanuit de vraag hoe we lichamelijke, geestelijke en sociale kwetsbaarheid als onlosmakelijk verbonden met het leven gaan beschouwen. Hiermee wordt gezondheid niet langer gedefinieerd als een statisch eindpunt van optimaal fysiek, mentaal en sociaal welzijn.

Hopelijk kijkt de zorg niet alleen naar wat een persoon kan maar helpt ze ook de context te creëren om dat mogelijk te maken

Dat is een heel terecht standpunt. Gezondheid is immers veeleer een belangrijke determinant die mensen in staat stelt waardevolle doelen in hun leven te bereiken. We zien dat ook in de capability approach van de econoom en Nobelprijswinnaar Amartya Sen. Volgens Sen moet het welzijn worden geëvalueerd in termen van capabilities, waarbij het functioneren van een individu het resultaat is van keuzes of een beperking in keuzes.

Vrijheid speelt dus een cruciale rol in de kwaliteit van leven. De vrijheid om de dingen te doen die je wil doen, om je eigen talenten en vermogens te ontwikkelen. Vertaald naar de zorg betekent het dat de zorgverlener begaan is met die vrijheid tot ontwikkeling van hun patiënten. We leggen immers te veel de focus op de belemmeringen ten gevolge van kwetsbaarheid of ziekte van mensen.

Capabilities zijn alle keuzemogelijkheden waarover een individu beschikt om het leven te leiden zoals hij graag wil. Die mogelijkheden worden in de capabilities approach "functionings" genoemd: het gaat hier over alledaagse zaken zoals bijvoorbeeld een boek kunnen lezen of sporten tot meer fundamentele zoals het kunnen uitoefenen van een job. Functionings zijn dus sterk contextgebonden en hangen af van de middelen die voorhanden zijn om die kansen ook effectief te realiseren, bijvoorbeeld de toegang tot gezondheidszorg, bijscholing en werk.

Conversion factors ten slotte zijn lichamelijke, geestelijke en sociale kenmerken die maken dat iemand effectief zijn keuzes kan verwezenlijken. Ik geef hier het voorbeeld van een kankerpatiënt, die het vaak heel belangrijk vinden om actief te zijn en te kunnen werken. Om het werk mogelijk te maken (capability) is het belangrijk om werkcondities (resources) te creëren, bijvoorbeeld tijdelijk deeltijds werk in een aangepast regime in samenspraak met de collega's en leidinggevende.

Het is belangrijk dat de zorg de stap zet naar andere contexten zoals bijvoorbeeld werk

Daarnaast zullen kankerpatiënten zich ongetwijfeld vaak kwetsbaar voelen. Als zorgverlener kan je de patiënt empoweren, begeleiden en ondersteunen zodat hij effectief de stap durft te zetten (persoonlijke conversion factors). De onderneming, het werk kan bijdragen tot een aangepast, veilige en zorgzame werkomgeving (sociale conversion factors).

Dit alles stelt de kankerpatiënt in staat de keuze te maken om terug te keren naar het werk (functioning). Als gevolg is het dus belangrijk dat de zorg de stap zet naar andere contexten zoals bijvoorbeeld werk. Want werk is een belangrijke context waar gezondheid kan bevorderd worden en mensen kunnen herstellen en genezen op voorwaarde dat het werk (tijdelijk) aangepast wordt.

Daarom hoop ik dat men in de zorg niet alleen zal kijken wat een persoon kan doen maar ook de context mee helpt te creëren om dat mogelijk te maken. Ik pleit dus om patiënten als persoon te behandelen en hun vrijheden te vergroten door hun persoonlijke capabilities te herkennen en te cultiveren.