Stress in steden. Daar zou deze column normaal over gaan. Maar wat is in tijden van Covid-19 nog normaal? Tussen het schrijven en publiceren van deze bijdrage ziet de wereld er ongetwijfeld al weer helemaal anders uit.

Desondanks leek het me ongepast om nu over een ander onderwerp te schrijven dan het continue gevecht dat de medische sector momenteel voert. En daarbinnen mijn observaties over de rol van technologie. Ik noem het mijn 'ode aan de daadkracht'.

Begin februari was het nog wereldnieuws: 'China bouwt een heel nieuw hospitaal in tien dagen!' Tegelijk was Covid-19 op dat moment voor velen onder ons nog ver van ons bed. Nu, amper een paar maanden verder, zijn ook in ons land bergen verzet. Zaken die we in februari nog onmogelijk achtten, hebben we op korte termijn gerealiseerd.

Zowat al mijn vorige columns beschreven geavanceerde technologieën en technologietrends die pas op termijn ingang zullen vinden in de dagelijkse medische praktijk. Ik realiseerde me al langer dat dit mogelijk vaak voorbijgaat aan de realiteit van de dag, alsook aan alle waardevolle technologie die reeds voorhanden is.

Een bevriende arts wees me er enkele maanden geleden ook op. Toen ik vroeg over welk onderwerp ze een keer zou willen lezen in mijn columns, was het antwoord: "Alle technologie waar ik tijd mee kan uitsparen. Bijvoorbeeld online afspraken maken, een camerasysteem waarmee ik kan zien wie er in de wachtkamer zit, enzovoort."

Waar brengt ons dat vandaag? Teleconsultaties en online afspraken zijn de norm geworden in zowat de hele gezondheidszorg. Op veel plaatsen zijn ook callcenters ingericht om het systeem stroomafwaarts (denk aan spoeddiensten) zoveel mogelijk te ontlasten. Er circuleren gestandaardiseerde vragenlijsten voor telefonische triage die voortdurend worden aangepast. Op die manier zijn ze steeds in lijn met de meest recente inzichten en wordt onderling vergelijken tussen regio's eenvoudiger en betrouwbaarder.

We zullen op deze periode terugkijken als de nieuwe referentie voor het daadkrachtiger inzetten van mogelijkheden die ons omringen

Verder lees ik berichten over duikmaskers die worden aangepast tot beschermingsmaskers en beademingstoestellen, over cruciale onderdelen die met 3D-printers gemaakt worden, over bedrijven die hun productie opschalen of zelfs helemaal omgooien om tekorten aan beschermend en medisch materiaal op te vangen, ... Ik lees ook over het inzetten van CT-scans, AI, online apps en andere oplossingen om snelle klinische inschattingen te maken in afwachting van de resultaten van de sluitende diagnostische tests.

Lees bovenstaande twee paragrafen even opnieuw en beeld je in dat we niet in de nachtmerrie van Covid-19 leven. Een droom, toch? Een spoedarts getuigde alvast dat haar werkomgeving zelden zo goed ingericht was om haar werk efficiënt te kunnen uitvoeren.

Zonder een analyse te willen maken van alle onderliggende oorzaken en mechanismen, laat staan er een discussie over aan te wakkeren (want daar zijn andere platformen en gremia op gericht), merk ik dat veel van dit alles mogelijk is doordat een aantal argumentaties zijn weggevallen die voorheen erg dominant waren.

Met name teleconsultatie werd omarmd omdat de regering het nu in aanmerking laat komen voor terugbetaling. Bij diagnoses en behandelingen worden nieuwe technische oplossingen ingezet, omdat de interne weerstand en procedures voor 'al wat onbekend dus onbemind is' zijn weggevallen.

Het stemt me hoopvol dat, van zodra dit alles achter de rug is, we op deze periode zullen terugkijken als de nieuwe referentie voor het daadkrachtiger inzetten van de mogelijkheden die ons omringen.

Een recent artikel in The Medical Futurist geeft een genuanceerd en gedetailleerd overzicht van telegeneeskunde voor en na Covid-19. Daaruit blijkt terecht dat het zeker niet allemaal rozengeur en maneschijn is en zal worden. Dus samen met zoveel anderen blijf ik applaudisseren voor iedereen die instaat voor onze gezondheid, en die dag in dag uit roeien met de riemen die ze al dan niet hebben.

#samentegencorona

Wie is Chris Van Hoof?

Chris Van Hoof is vice-president R&D, Connected Health Solutions bij imec en leidt teams op drie verschillende imec-sites (Eindhoven, Leuven en Gent). Imec's Connected Health Solutions teams maken oplossingen voor het monitoren van patiënten met chronische aandoeningen en voor preventieve geneeskunde met behulp van virtuele coaches.

Voor Chris Van Hoof is het belangrijk om producten te ontwikkelen die écht werken en die relevant zijn voor de industrie. Dit leidde reeds tot de oprichting van vijf imec start-ups (waarvan vier in het domein van gezondheid).

Chris Van Hoof is eveneens professor aan KU Leuven.