Sinds een vijftal jaar zien we steeds meer smartwatches en activity trackers in het straatbeeld opduiken. De initiële hype is ondertussen wat afgezwakt, maar het gebruik blijft gestaag toenemen. Grote spelers zoals Apple en Google investeren in de technologie en met Fitbit heeft zelfs een mondiaal bedrijf er zijn kernactiviteit van gemaakt.

Variatie in prijs en kwaliteit

Wat opvalt is de grote variatie 'op de markt'. Simpele trackers die enkel beweging meten, heb je voor minder dan €100. Voeg een hartslagsensor toe en je legt € 150 neer. Wil je alle nieuwste snufjes? Voor de prijs van een gemiddelde smartphone koop je de meest kwalitatieve modellen. Dat is nog steeds een stevig contrast met wearables van medische kwaliteit. Zo investeert het bedrijf Empatica weinig in gebruiksgemak of stijl, maar stelt die met de E4-wearable vooral kwalitatieve data voorop. Daar staat met €1500 wel een stevig prijskaartje tegenover.

Wearables: eerst enkel lopen voor een virtuele medaille, later louter voor jezelf?

Zo'n prijsverschil kan je aan het denken zetten: is de kwaliteit van commerciële polsbandjes dan eerder beperkt? Dat lijkt te kloppen. Zo loopt in de VS ondermeer een rechtszaak tegen Fitbit omdat de gerapporteerde hartslag sterk zou afwijken van (in het algemeen meer accurate) metingen met een borstband. Omdat zowel over- als onderschatting het meest zouden optreden bij hoge fysieke activiteit, wordt er geargumenteerd dat dit een reëel gezondheidsrisico met zich mee kan brengen.

Virtuele medailles

Is er dan geen rol weggelegd voor wearables binnen de gezondheidszorg? Toch wel. Kijken we bijvoorbeeld naar fysieke activiteit, dan biedt een activity tracker zeker potentieel. Elke dag voldoende bewegen kán een aangename activiteit zijn, maar is dat niet noodzakelijk voor iedereen. Een wearable met online platform en spelelementen zoals virtuele beloningen of competitie, kan helpen om activiteit te stimuleren.

Natuurlijk is het niet de bedoeling dat iemand louter voor een fictieve medailleplaats een blokje om gaat lopen. Het kan niettemin wel een vertrekpunt zijn. Voor een sedentaire patiënt vormt het misschien zelf een eerste stap naar duurzame gedragsverandering: eerst enkel lopen voor de virtuele medaille, later louter voor jezelf.

Een huisarts kan dan ook uitkijken naar patiënten die nood hebben aan meer beweging en ook openstaan voor technologie. Met de nodige begeleiding en opvolging, kan een wearable namelijk een optie zijn. Een basismodel zal daarbij het aantal stappen misschien occasioneel verkeerd inschatten. Het gebruik ervan kan echter wel motiveren, inzicht geven in evolutie en helpen om nieuwe gewoontes mee vorm te geven.