...

Een gemeenschappelijk memorandum van de Vlaamse Vereniging voor Arts-Specialisten in Opleiding (VASO), het HAIO Overleg Platform (HOP) en het Vlaams Geneeskundig StudentenOverleg (VGSO)... Het moet welhaast een unicum zijn. Maar zoals de drie organisaties zelf aangeven, is een goede opleiding uiteraard essentieel. Ook is het aangewezen "toekomstige artsen te betrekken bij de hervorming van de gezondheidszorg".Daarom focust het memorandum op vijf punten die de basis moeten vormen van een goede, kwalitatief hoogstaande opleiding en gezondheidszorg van morgen.De drie artsenorganisaties vragen dat de federale contingentering onder geen beding zou losgelaten worden. Dat is belangrijk voor de betaalbaarheid van de zorg, om overconsumptie tegen te gaan en vooral omwille van de kwaliteit van de opleiding. De contingentering vaarwel zeggen, heeft mogelijks een grote instroom van studenten tot gevolg. Terwijl er onvoldoende opleidingscapaciteit is en het net essentieel is dat elke student persoonlijk begeleid wordt en voldoende praktijkervaring kan opdoen. Uiteraard dient ook vermeden te worden dat artsen na een lange en dure opleiding uiteindelijk niet in hun vakgebied zouden kunnen starten. VASO, HOP en VGSO vragen dat "beide kanten van de taalgrens gemaakte afspraken uit het verleden respecteren. Het loslaten van het contingent, ook voor slechts enkele disciplines, biedt geen oplossingen voor de tekorten in bepaalde specialisaties", zo luidt het. De drie organisaties hekelen ook de grote heterogeniteit in loon- en arbeidsvoorwaarden van specialisten in opleiding in de ziekenhuizen. Aangezien assistenten niet zelf kiezen waar ze terechtkomen, hebben ze hierop geen enkele impact. Opleiders oefenen ook "een zekere druk" uit op assistenten om een opting-out contract te tekenen. Waardoor ze dus verplicht zijn om 72 uur per week te werken.Benadrukt wordt dat minister De Block wel al stappen zette om de arbeidsvoorwaarden te harmoniseren via een collectieve opleidingsovereenkomst. Dit moet voor de volgende minister van volksgezondheid een prioriteit zijn met een vergoeding van artsen in opleiding boven het wettelijke minimum netto uurloon en met een minimum aan wettelijke garanties over de arbeidsvoorwaarden. Opteren voor een centraal contract zoals bij de huisartsen in opleiding is daarbij een mogelijkheid.Zoals bekend is de sociale bescherming van artsen in opleiding door het sui generis statuut bijzonder beperkt. Alle beloftes ten spijt bleef dat statuut de laatste regeerperiode ook ongewijzigd, stellen de assistenten en studenten in koor.Voor een aantal punten zoals de pensioenopbouw is dat nefast. Sommige specialisten kunnen daarmee pas op hun 31ste beginnen! Het sui generis statuut voorziet ook geen werkloosheidsuitkering of de mogelijkheid om ouderschaps- of palliatief verlof op te nemen. Voor VGSO, HOP en VASO moet het sui generis statuut daarom dringend omgevormd worden naar een volwaardig sociaal statuut voor de 21ste eeuw.Onder minister De Block kregen de ziekenhuisnetwerken gestalte. Het stageplan van de artsen in opleiding is echter nog altijd verbonden aan de stagediensten binnen de ziekenhuizen. Door de netwerkvorming en zorgconcentratie dreigen ze tijdens hun opleiding daardoor minder in contact te komen met verschillende pathologie.En dus vinden de drie artsenorganisaties dat rotaties binnen een ziekenhuisnetwerk mogelijk moeten worden. Tevens dient een model voor een goede algemene opleiding voor specialisten en huisartsen te worden uitgedokterd. Daarbij moeten assistenten kunnen toegewezen worden aan een ziekenhuisnetwerk in plaats van aan een individuele stagedienst.Tot slot wijst men nog op een ander oud zeer: stagemeesters zijn tijdens de opleiding tegelijk opleider en werkgever. "Deze duale rol heeft in het verleden reeds meermaals tot conflictsituaties geleid", zo luidt het. "En er heerst ook nog steeds een grote schrik voor represailles."Daarom vragen de Vlaamse verenigingen voor artsen in opleiding plus de studenten aan de federale regering om te voorzien in een centrale onafhankelijke ombudsfunctie. Deze kan jaarlijks rapporteren over mogelijke kwaliteitsinbreuken aan de overheidsinstellingen en een essentiële rol opnemen bij het in kaart brengen van de problematiek in vervolgopleidingen van artsen en stageplaatsen.