Gebrandmerkt door de titel "la pire Ministre de la Santé" (slechtste minister van Volksgezondheid) in een interview verleend door Jean-Pascal Labille aan la Libre, slaat, op 2 januari 2019, l'Echo de nagel op de kop met de suggestieve kop "Maggie de Block laisse un chantier de réformes inachevées" (Maggie De Block laat een werf van onafgewerkte hervormingen achter).

Is dat wel zo?

Wanneer de minister, in 2014, de sleutels van volksgezondheid overnam, zag het er niet veel beter uit.

Het voeren van concrete hervormingen was een noodzaak om een levensvatbaar gezondheidszorgsysteem te behouden dat, zo goed als mogelijk, vooruitloopt op de kosten verbonden aan de huidige demografie. Deze wordt gekenmerkt door beschavingsziekten en de vergrijzing.

Geconfronteerd met de financiële dilemma's, die de minister werden opgelegd, was én blijft de rationalisatie van de middelen een logische maar niet exclusieve handelswijze.

1. Een beleid dat zijn energie put uit het streven naar efficiëntie

Maggie De Block verklaarde in oktober 2016: "We besparen en hervormen, niet met een botte bijl maar met een fijn scalpel". Gedurende haar hele mandaat heeft de minister haar belangrijkste hervormingen met het streven naar efficiëntie gerechtvaardigd.

Efficiëntie is echter een relatief begrip dat rechtstreeks afhankelijk is van een vast prestatiedoel. Een doel dat verschilt volgens het standpunt waar men zich bevindt.

De prestatiedoelen kunnen van natuur economisch, kwalitatief, organisatorisch, sociaal zijn en/of een onderdeel zijn van een eerlijke combinatie van deze verschillende indicatoren. Vanaf dan zijn alle debatten toegestaan en mogelijk. Elke belanghebbende partij mag en geeft andere prioriteiten aan de prestatiedoelstellingen, in ruimte en tijd.

Het begrip efficiëntie biedt zo een vruchtbare bodem voor critici en het zou oneerlijk zijn om de erfenis van Maggie De Block te verminderen tot een zoektocht naar 922 miljoen euro besparingen.

2. Maatschappelijke realiteit en gezondheidszorg

Beperkte budgetten, demografie enhaar pathologisch profiel en, uiteindelijk, de digitale overgang zijn realiteiten waar onze industriële samenleving tegenover staat. De opvolger van Maggie De Block zal hier niet aan ontsnappen.

De minister heeft de politieke moed gehad om haar hervormingen op te starten door realistisch te zijn tegenover deze aankomende veranderingen. Echter, proberen de hervormingen samen te vatten in een strategische, transparante en verstaanbare richtlijn, is zeker geen gemakkelijke taak.

Om onze solidariteit te vrijwaren is eerlijkheid nodig over wat al dan niet financieel haalbaar is

De hoofdassen zijn makkelijke identificeerbaar en verschillen niet veel van wat er al in onze buurlanden werd geïmplementeerd. Het patchwork van maatregelen, de meesten gestemd gedurende de tweede helft van haar mandaat, kan enkel worden gezien als een hervorming die effectief een bittere smaak van een onafgewerkt recept nalaat en vooral als een hervorming die los blijkt te staan van een enig gestructureerd (welke doelen moeten er worden bereikt), gefaseerd (in welke realistische timing) en gebudgetteerd (met welke middelen) gezondheidszorgplan.

De opvolger van Maggie De Block zal de hervorming moeten bekleden wil hij het plan maatschappelijk aanvaardbaarder maken. Zoals nu bestaande, erft de opvolger van de minister een werf zonder afwerkingsplan.

3. Maggie 's digitale droom

Onze minister heeft hoge verwachtingen van de digitale shift en het potentieel valt niet te ontkennen, of het nu gaat over besparingen, kwaliteit of organisatie van de zorg. Echter, de minister neemt, wat de timing van reële meerwaarde betreft, een naïef standpunt in.

Bedrijfsleidersen zeker ministers moeten de ondertussen gekende valkuilen van de digitale shift waarnemen. Zware maatschappelijke remmen zullen de digitale dromen van de minister vertragen waaronder de maatschappelijke angst voor het delen van gevoelige gegevens, het gebrek aan interoperabiliteit van verschillende software en het gebrek aan opleiding van de zorgverleners en artsen en de impact op hun dagelijkse praktijk.

De opvolger van de minister moet deze hinderpalen zien af te breken in een zeer onzekere wettelijke, financiële en ethische omgeving.

4. Netwerken en concentratiestrategieën

Op 14 februari 2019 heeft de Kamer het wetsontwerp 'Netwerken' goedgekeurd. De Belgische ziekenhuizen worden, tegen 2020, definitief in 25 netwerken ondergebracht. Een moeizame bevalling die zeker een aantal sporen zal achterlaten.

De mogelijke beroepsmogelijkheden en de grondwettelijke vragen rondom de bevoegdheden buiten beschouwing, maakt de sector zich grote zorgen.

Dit is begrijpelijk gezien de netwerken eerst en vooral worden gezien als een middel tot kostenrationalisering door centralisatie van logistiek maar ook, volgens huidige hervorming, van centralisatie van zorg en behandeling, essentieel op basis van een volume criteria.

Een prijswaardige doelstelling op papier maar om de hervormingen in maatschappelijke vrede te laten gebeuren, had de minister bijkomend budget moeten voorzien voor de transitieperiode en voor een veelbelovende digitale shift.

Het patchwork van maatregelen kan enkel worden gezien als een hervorming die de bittere smaak van een onafgewerkt recept nalaat en vooral als een hervorming die los blijkt te staan van een enig gestructureerd, gefaseerd en gebudgetteerd gezondheidszorgplan

Politieke mandaten zijn echter van korte duur en de minister draagt schijnbaar liever de verantwoordelijkheid van sluitingen en herstructureren van ziekenhuizen over op de ziekenhuisbeheerders. In de rug geduwd door de financiële druk op de ziekenhuizen en de nieuwe wettelijke bepalingen betreffende mogelijke VZW-faillissementen.

Sommige ziekenhuizen overleven enkel nog op verhoogde bijdragen van artsen en ziekenhuissupplementen, maar binnen de komende vijf jaar zullen hieromtrent ook in België belangrijke herstructureringen plaatsvinden.

5. Laag variabele zorg, kwaliteit & P4Q

Het zoeken naar meer economische efficiëntie door het afschaffen van betaling per prestatie voor laagvariabele zorg is de laatste belangrijke werf van de hervorming. De besparingen worden mede verantwoord door de zoektocht naar kwaliteit onder een P4Q-model.

Medische overconsumptieen aanhangende kosten vermijden door een verhoogde standaardisatie in de behandeling, gecontroleerd door opmeetbare kwaliteitsindicatoren, is de basisrichtlijn.

De tussenkomst van een artsenteam wordt forfaitair betaald volgens een vooraf bepaalde verdeelsleutel (ziekenhuizen zijn nog niet getroffen). P4Q laat bijkomend een bonussysteem toe als de kwaliteitsindicatoren inderdaad door het ziekenhuis worden behaald.

Ee, dergelijk betalingsmodel is echter niet zonder gevaar, zowel voor de arts als voor de patiënt.

P4Q vereist inderdaad drie voorwaarden: het programmeren van een zorgpad of zorgplan (proces), een fatsoenlijke IT voor een nauwkeurige meting van de kwaliteitsindicatoren (controle) en een waarborg tegen mogelijke afwijkingen betreffende het al dan niet behandelen van risicopatiënten (verbetering- en correctieparameters).

"Gezondheid heeft geen prijs maar wel een kost". Om onze solidariteit te vrijwaren is eerlijkheid nodig over wat al dan niet financieel haalbaar is. De financiële inspanningen eerlijk verdelen over alle betrokken partijen inclusief de patiënt, is een boodschap die Maggie De Block maar moeilijk heeft kunnen overmaken gedurende haar legislatuur. Meteen ook een boodschap voor haar opvolger.