...

Urine-incontinentie is niet zomaar iets dat de mensen moeten leren aanvaarden, benadrukt prof. Stefan De Wachter, diensthoofd Urologie in het UZA. "Er heerst nog steeds veel taboe rond. Artsen bevragen het niet altijd actief. Misschien omdat sommigen niet beseffen dat er iets aan te doen valt of niet goed weten hoe ze het moeten aanpakken. Urineverlies wordt frequenter met de leeftijd. Met het oog op onze vergrijzende bevolking is het dus niet onbelangrijk om vertrouwd te zijn met dit thema. De ernst van het probleem neemt ook toe als je het niet behandelt. Je kan van een zuivere stressincontinentie of urgentie-incontinentie naar een gemengde vorm gaan. Een vroegtijdige aanpak bepaalt dus mee de prognose, en zal minder ingrijpend zijn", weet de uroloog. Wanneer kan je in eerste lijn polsen naar urineverlies? "Eigenlijk moet je het in je achterhoofd houden bij iedere vrouwelijke patiënt die op de raadpleging komt. In tal van contexten zullen patiëntes niet raar opkijken als je de vraag stelt. Denk maar aan iemand die consulteert voor darmproblemen, want constipatie zorgt voor stress op de bekkenbodem, een van de oorzaken van het optreden of toenemen van incontinentie. Ook overgewicht en een hogere leeftijd spelen een rol. Je kan het aankaarten na een bevalling, maar ook bij een verkoudheid, want hoesten en niezen zijn uitlokkende factoren voor urineverlies", zegt prof. De Wachter. Bij mannen zal zo'n inspanningsincontinentie bijna altijd het gevolg zijn van een radicale prostatectomie. In zeldzame gevallen kan urine-urgentie leiden tot aandrangincontinentie en heel soms is er sprake van overloopincontinentie, gelinkt aan prostaatproblematiek. "Een goed moment om urineverlies te bevragen, is bijvoorbeeld bij het opvolgen van de PSA-waarde na prostaatverwijdering", stelt Stefan De Wachter. "Ik zie soms mannen die vijftien jaar lang rondlopen met een pamper, tot ze horen dat een ingreep hun urineverlies kan verhelpen.(1) Ook zijn er mannen die geopereerd worden aan de prostaat, terwijl het probleem eerder vanuit de bekkenbodem komt. Dat zijn zaken die we moeten vermijden." Een duidelijk plan van aanpak verlaagt de drempel om het onderwerp aan te kaarten. "De differentiaaldiagnose tussen de verschillende types incontinentie is optioneel in de eerste lijn. Een vermoedelijke diagnose volstaat om de behandeling op te starten, die tweeledig is. Als je vermoedt dat het om urgentie-incontinentie gaat, ga je voor een proefbehandeling met een anticholinergicum of een ß3-adrenerge receptoragonist (zie verderop), al dan niet gecombineerd met bekkenbodemkinesitherapie. Als je denkt aan stressincontinentie, schrijf je enkel die laatste voor. Je kan dit evalueren tijdens een gynaecologisch onderzoek, liefst met volle blaas, waarbij je de patiënte vraagt om te hoesten. Maar als je je vergist, is dat niet erg", merkt prof. De Wachter op. Hij legt uit: "Getrainde bekkenbodemkinesisten zijn goed thuis in de aanpak van bekkenbodemproblematiek, maar geven ook levensstijladviezen, bijvoorbeeld in geval van een overactieve blaas. Ze helpen het type incontinentie differentiëren en weten ook goed wanneer specialistische zorg zich opdringt. Ze worden soms gezien als de rechterhand van urologen, maar in feite zijn ze de rechterhand van de eerstelijnsarts. Ze koppelen terug naar de huisarts, of verwijzen naar de tweede lijn. 70% van de patiënten met stressincontinentie zijn al geholpen met bekkenbodemkine", aldus prof. De Wachter. "Als je patiënten op voorhand een mictiedagboek(2) laat invullen, kan de kinesist meteen aan de slag vanaf de eerste sessie." "Huisartsen mogen alles wat geen chirurgische aanpak vereist voor hun rekening nemen", beklemtoont de specialist. "Op die manier moet de patiënt zijn of haar verhaal niet opnieuw doen bij de uroloog, die geen vertrouwenspersoon is. En het spaart tijd en geld uit." In geval van urineverlies, vraag je naar uitlokkende factoren, hoeveel last de patiënt ervaart en of er sprake is van stoelgangsverlies, want bekkenbodemdisfuncties kunnen beide veroorzaken. "Wie zich comfortabel voelt, kan een klinisch onderzoek uitvoeren. In geval van urgentie is een urineonderzoek aangewezen, om infectie uit te sluiten - bij stressincontinentie zonder bijkomende klachten is dit niet strikt noodzakelijk", licht prof. De Wachter toe. In geval van zowel urine- als stoelgangincontinentie wordt het best onmiddellijk verwezen naar een bekkenbodemkliniek. Ook voor meer gecompliceerde vormen van urineverlies, gelinkt aan hematurie, infecties of pijn, verwijs je best meteen naar urologie. Hetzelfde geldt voor patiënten met neurologische aandoeningen, zoals multiple sclerose, Parkinson of Alzheimer. Bij hen wijkt de behandeling af van de standaardaanpak, wat vraagt om (gespecialiseerde) urologen. "Al doe je er nooit verkeerd aan om ook deze mensen naar de kinesist te sturen. Die kan informatie geven over hoe de bekkenbodem werkt en hoe ze aangetast is door de neurologische ziekte. Maar het succespercentage van bekkenbodemtraining is bij deze populatie een stuk lager", voegt Stefan De Wachter toe. In tweede lijn wordt overgegaan tot een zekerheidsdiagnose. "Wanneer kine en/of eerstelijnsmedicatie niet (afdoende) helpen, zijn er verschillende pistes. Voor stressincontinentie gaat dat van tapes of ondersteunende bandjes voor de plasbuis tot de meer gespecialiseerde vormen van chirurgie. Voor urgentie-incontinentie kunnen we neuromodulatie inzetten, een soort van blaaspacemaker. Tegenwoordig bestaat er naast sacrale neurostimulatie ook percutane tibialis-stimulatie, ter hoogte van de enkel, wat minder invasief is. Verder zijn er nog botoxinjecties in de blaaswand, of de meer ingrijpende operaties, maar die laatste zijn tegenwoordig zeldzaam." Zowat iedere patiënt die met urineverlies te maken krijgt, heeft baat bij bekkenbodemkine. Urgentie-incontinentie vraagt meestal ook om een medicamenteuze behandeling. "Klachten door overactieve blaas komen evenveel voor bij mannen als bij vrouwen, al zullen ze bij vrouwen vaker gepaard gaan met urineverlies. Anticholinergica blijven de eerstelijnsbehandeling, net als ß3-adrenerge receptoragonisten (ß3-RA's). Deze laatste hebben een veel gunstiger efficiëntie- en bijwerkingenprofiel, maar de grote keerzijde is hun kostprijs. Als de prijs een factor is, kan je terugvallen op de nieuwere generatie anticholinergica", zegt prof. De Wachter. "Oxybutynine, het middel van de jaren '70, geef je beter niet meer. Het geeft te veel nevenwerkingen. België is het enige land in Europa dat oxybutynine nog aanbeveelt", klinkt het verbijsterd. De compliantie van anticholinergica is erg slecht. Na één jaar neemt slechts 20% van de patiënten zijn medicatie nog. Voor ß3-RA's gaat dat naar 40%. "De kostprijs, bijwerkingen, of een gebrek aan efficiëntie spelen een rol. Het is dan ook belangrijk om dit op te volgen en na te vragen. Als huisarts zal je merken dat je geen herhalingsvoorschriften meer moet schrijven. Wanneer de mensen niet voldoende geholpen zijn, of de medicatie niet verdragen, moeten ze de keuze krijgen om verder te kijken. Hetzelfde geldt na onsuccesvolle kinesessies", geeft de specialist mee. "Urine-incontinentie, zelfs al gaat het maar om een paar druppels per dag, is niet normaal. Er kan iets aan gedaan worden, als de patiënt dat wenst. Niet ingrijpen heeft als risico dat het urineverlies toeneemt." Prof. De Wachter sluit af met een paar aandachtspunten voor de ouderenzorg: "Anticholinergica kunnen centrale effecten geven, zeker bij ouderen. Het gaat om concentratieproblemen, sedatie en verwardheid, tot zelfs agitatie en hallucinaties. Ook de urine-incontinentie zelf kan in deze populatie leiden tot valincidenten, bijvoorbeeld 's nachts, doordat de mensen zich naar het toilet haasten. Soms is een luier dragen de veiligste optie. Omdat pampers erg duur zijn, gebeurt het dat mensen toiletpapier en maandverband in hun luier leggen. Zo verliezen ze echter het absorberend vermogen, wat leidt tot lekken. Ik besef dat dit geen erg elegant of zelfs medisch gespreksonderwerp lijkt, maar het is toch belangrijk om na te vragen. Ik vind het zonde als mensen voor dit 'basic' advies helemaal tot in het ziekenhuis moeten komen."