...

Het is een van de conclusies uit de masterproef van dokter Rani De Beir, vorig jaar afgestudeerd aan de Universiteit Gent en nu aan de slag in huisartsenpraktijk Eureka in Nazareth, waar ze eerder ook als haio werkte. "Het viel me op dat je in de huisartsenopleiding wel de richtlijnen aangaande optimale behandelingsduur en afbouw van deze medicatie meekrijgt, maar dat ze in de praktijk veel langer gegeven wordt dan aanbevolen. Naar mijn aanvoelen is er te weinig aandacht voor de opvolging van deze patiënten, en wordt hun medicatie telkens opnieuw voorgeschreven, zonder een grondige en periodieke herevaluatie." De masterproef bestond uit een literatuuronderzoek, gevolgd door semi- gestructureerde interviews van 14 patiënten. "Een eerste belangrijke bevinding was dat veel patiënten vaak geen vragende partij zijn om hun antidepressiva af te bouwen. Ze zijn ervan overtuigd dat de medicatie hen ook op langere termijn nog steeds helpt om goed te kunnen functioneren en om met moeilijke momenten om te gaan. Ze ervaren weinig nevenwerkingen, en vinden dat de voordelen opwegen tegen potentiële nadelen. Ze stellen dat niet in vraag, en nemen eerder een afwachtende houding aan. Dat de huisarts de medicatie doorgaans stilzwijgend verlengt, betekent in hun ogen dat de huisarts het langdurig gebruik eigenlijk goedkeurt." "De angst om te hervallen in een situatie vergelijkbaar met die waarvoor ze ooit begonnen zijn met de inname van antidepressiva, is voor de meeste patiënten de grootste barrière om te stoppen", gaat Rani De Beir verder. Heel veel hangt af van de informatie die patiënten krijgen bij de opstart van de behandeling, benadrukt ze. "Daar ligt uiteraard een belangrijke rol voor de huisarts. Die moet van meet af aan duidelijk maken dat antidepressiva een tijdelijke oplossing vormen, en dat de behandelingsduur meestal beperkt is. Belangrijk is ook dat de niet-farmacologische aanpak - met name psychotherapie - zeker moet worden geïntegreerd in de globale benadering." Uit de interviews blijkt dat zowel de patiënt als de huisarts meestal de kat uit de boom kijken. "De patiënt verwacht dat de arts het stopzetten van de medicatie ter sprake brengt. De arts daarentegen is zich daarvan vaak niet bewust, o.a. omdat de patiënt zich goed lijkt te voelen en geen bijwerkingen meldt." Een andere reden om de medicatie te blijven gebruiken, is weinig zelfvertrouwen om zonder antidepressiva moeilijke situaties het hoofd te kunnen bieden. "Dat wordt nog versterkt door eerdere afbouwpogingen die onsuccesvol bleken, wat dan weer vaak te wijten is aan een suboptimale afbouwstrategie en onvoldoende begeleiding." Een mogelijke valkuil bij de afbouw van antidepressiva zijn de onttrekkingsverschijnselen, stipt dr. De Beir nog aan. "Die worden geminimaliseerd, niet voldoende belicht, en vaak verward met herval. Die verschijnselen zijn heel frequent en kan je proberen tot een minimum te beperken door correct en voldoende traag af te bouwen, minstens over vier weken." Uniek aan deze masterproef is dat er enkele patiënten geïncludeerd werden die na langdurig gebruik van antidepressiva succesvol zijn gestopt. "Zij gaven aan dat een goed sociaal netwerk daarbij een grote hulp was. Verder benadrukten ze de rol van hun huisarts: het is zeer belangrijk dat die proactief meedenkt en het onderwerp actief aankaart." "Daarnaast is voldoende begeleiding tijdens de afbouw en herevaluatie van de patiënt op korte termijn (bv. een telefonisch contact na één week), om zo het afbouwproces van dichtbij op te volgen, van groot belang."Rani De Beir: "Wereldwijd stijgt het gebruik van antidepressiva, vooral door dat langdurig gebruik. Er is evenwel geen evidentie dat deze medicatie op lange termijn nog een positief effect uitoefent. Denk daarnaast ook aan de mogelijke bijwerkingen, de financiële kost, en de mogelijke interacties met andere medicatie, zeker bij oudere patiënten." "Wat ten slotte de opleiding betreft, zijn er de laatste jaren wel nieuwe inzichten gepubliceerd, voornamelijk rond optreden van onttrekkingsverschijnselen en een tragere afbouwstrategie. Meer bewustwording en bijscholing voor artsen daarover kan zeker een meerwaarde betekenen", suggereert Rani De Beir.