In de hele beperkte tijd dat ik in het werkveld vertoef ben ik al meerdere malen in aanraking gekomen met het beeld dat sommige zorgverleners buiten de psychiatrische sector hebben van ons - en erger, van onze patiënten.

Dat mensen met mentale gezondheidsproblemen soms raar worden bekeken door de maatschappij is iedereen welbekend. Het is een van die dingen waarvan je weet dat het niet juist is, maar dat je toch niet uit de wereld krijgt. Naast seksisme en racisme mag ook psychiatrisme niet onderschat worden. Maar wat mij echt opvalt, en om eerlijk te zijn ook een beetje gefrustreerd maakt, is hoe zeer het stigma ook onder artsen aanwezig is.

Naast seksisme en racisme mag ook psychiatrisme niet onderschat worden

Een psychiatrische patiënt doorsturen naar een algemeen ziekenhuis voor een somatisch probleem stoot soms op tegenwerking. Iemand die nog somatisch niet helemaal stabiel is, wordt misschien net iets vroeger met ontslag gestuurd dan iemand anders. Een stempel wordt opgeplakt en plots wordt de persoon in kwestie anders behandeld, krijgt hij of zij minder medicatie en minder goede zorg.

Dit zijn niet alleen dingen die de meeste psychiaters of psychiaters in opleiding zullen kunnen beamen, het zijn ook zaken die al objectief zijn vastgesteld in studies. Onlangs heb ik een lezing bijgewoond van Dr. Catthoor, een psychiater werkzaam in PZ Stuivenberg, die haar doctoraat zelfs heeft gedaan over dit thema. Het stigma is er, en het schaadt de mensen die wij proberen te helpen.

Hoe kunnen we dit dan verminderen? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat deze kwetsbare groep mensen dezelfde kwaliteit zorg krijgen als iedereen anders?

Het begint in de opleiding, en op dat vlak denk ik oprecht dat we goed bezig zijn. Als ik kijk naar mijn eigen medische opleiding wordt er zeker aandacht gegeven aan psychiatrie en wordt het niet gemarginaliseerd.

Op stage is het wel te zien dat niet iedereen op dezelfde manier naar psychiatrische patiënten kijkt

Maar het valt niet te ontkennen dat we op stage ons regelmatig laten beïnvloeden door onze stagemeesters, de mensen waar we vaak naar opkijken en die we bewonderen, en daar is wel te zien dat niet iedereen op dezelfde manier naar psychiatrische patiënten kijkt.

Natuurlijk is het niet allemaal kommer en kwel, ik ben te optimistisch van aard om de vele positieve dingen te negeren. Er zijn zo veel hulpverleners die er elke dag staan voor hun patiënten, met of zonder hun mentale gezondheidsproblemen. Een huisdokter die me twee keer opbelt gedurende de opname om te vragen hoe het gaat met haar patiënt, bijvoorbeeld. Of een chirurg die in zijn taak als stagemeester met mij stilstaat bij de mentale belasting die gepaard gaat met een prostaatkankerdiagnose, omdat hij weet dat er vaak niet genoeg aandacht aan gegeven wordt. Dat zijn de dingen die mij hoop geven.

De boodschap die ik hier eigenlijk wil meegeven is: laat je niet leiden door vooroordelen.

Iedereen komt met zijn eigen rugzak naar het klinisch werk, maar het is onze taak als artsen om ons gedrag niet te laten beïnvloeden door die stereotypes, door die stigma's. Als er 1 ding is dat ik de toekomst van de geneeskunde mag toewensen nu we het einde van het jaar tegemoet gaan, is het die open geest.