"Enerzijds vertonen veel klinische studies methodologische gebreken. Anderzijds zijn klinische studies vaak het resultaat van complexe groepsinspanningen. Onderzoek heeft uitgewezen dat een gemengd onderzoeksteam, bestaande uit mannen en vrouwen, het beste gebruik maakt van persoonlijke kennis vaardigheden, een effect dat ook gemeten werd in wetenschappelijke onderzoekscontexten", verklaren de auteurs de aanleiding van hun studie.

Daarom onderzocht het team - dat overigens alleen uit mannen bestond - of samenwerkingen tussen mannen en vrouwen een invloed hebben op de kwaliteit van klinische trials. Ze deden daarvoor een meta-analyse van 31.873 klinische studies gepubliceerd tussen 1974 en 2017.

Daarbij vonden ze dat klinische trials waarbij de eerste (junior) auteur een man is, en de laatste (senior) onderzoeker een vrouw, vaker (20,5%) voldoende statistische bewijskracht hebben, in vergelijking met de drie andere mogelijke geslachtscombinaties (13,0%). Een bevinding die van toepassing is op studies in meerdere landen en in verschillende medische gebiden.

Ze stelden ook vast dat het aantal vrouwelijke auteurs gradueel toenam met de tijd, met een stijging van het aantal vrouwelijke senior auteurs van 20,7% in de periode 1975-85 tot 28,5% na 2005.

Volgens de auteurs tonen de resultaten aan dat diversiteit in geslacht binnen onderzoeksgroepen en op universiteiten belangrijk is. Daarnaast zou de aanwezigheid van voldoende vrouwen op senior posities in de uitvoering van klinische studies volgens hen kunnen leiden tot beter wetenschappelijk onderzoek. Het artikel is verschenen in eLIFE.