...

Bij een tot vier procent van de ingrepen functioneert de lever niet onmiddellijk na de transplantatie (PNF of primary non-function). Er moet dan binnen de 24 uur een nieuwe lever gevonden worden om te vermijden dat de patiënt overlijdt.SuikerstructuurHet Gentse team van dokter Xavier Verhelst en professor Hans Van Vlierberghe voerde een prospectieve studie uit bij een reeks van opeenvolgende patiënten die een levertransplantatie ondergingen: 66 patiënten in een primaire groep en 56 patiënten in een validatiegroep. Ze onderzochten de suikerstructuren op proteïnes in de perfusievloeistof uit levervaten vlak voor de transplantatie. Bij vier patiënten bij wie zich PNF voordeed werden opvallend hogere waarden gevonden van NGA2F - wat niet werd gezien bij de 118 andere patiënten.Alle levers in het onderzoek werden getransporteerd met statisch koude bewaring. Het verband dat het onderzoek aantoonde tussen de verhoogde NGA2F-waarden vastgesteld vlak vóór de transplantie en PNF, kan deze complicatie helpen voorkomen. En, stellen de onderzoekers, ook wanneer levers gebruikt worden die bij subjectieve inschatting een hoog risico vertonen.Meer bruikbare donorleversHet Gentse team wil nu op grond van deze resultaten een test ontwikkelen om PNF te voorkomen. Deze test zal vooral levens kunnen redden omdat hij het mogelijk maakt donorlevers minder snel af te wijzen wegens een hoog risico bij transplantatie.In België stierven in 2016 45 patiënten terwijl ze op de wachtlijst stonden voor een levertransplantatie. In ons land krijgen jaarlijks ongeveer 240 patiënten een nieuwe lever. Er is een duidelijk tekort aan donorlevers.Het UZ Gent voert jaarlijks meer dan 50 levertransplantaties uit en het transplantprogramma maakt het mogelijk in te zetten op fundamenteel en klinisch onderzoek. Dit onderzoek werd samen uitgevoerd met het VIB-lab van professor Nico Callewaert. De resultaten verschenen in Gastro-enterology.