De invulling van het artsenberoep is de laatste decennia sterk geëvolueerd. Gebaseerd op een gelijkekansensamenleving die ieder de mogelijkheid gunt zich naar eigen wens en kunde te ontplooien, evolueren we - gelukkig - naar een meer gelijkwaardige samenleving waarin zowel vrouwen als mannen professioneel actief zijn.

Zo is er enerzijds een vervrouwelijking van het artsenbestand zelf ontstaan, anderzijds is ook de echtgeno(o)t(e) van de arts vandaag vaak professioneel actief. Deze emancipatie veranderde de hedendaagse beroepsinvulling van artsen behoorlijk t.o.v. de jaren 70, 80 en 90. De tijd is voorbij, waarin de dokter 200% van zijn tijdsbesteding investeerde in zijn beroepsgebonden activiteiten en slechts af en toe 's avonds thuis uitrustte nadat de kinderen te slapen gelegd waren. Op zich was daar weinig fout mee. Het was de tijd van toen.

Vandaag schrijven we een heel ander verhaal in artsengezinnen, waar teamwork centraal moet staan. Waar we samen een dynamisch plan opstellen met aandacht voor opportuniteiten en plichten voor beide partners, zowel professioneel als in het gezin. Zo worden zowel vaders als moeders meer betrokken in de opvoeding met liefst een gezonde relatie met hun kinderen.

Maakt ons dat minder goede artsen? Het is kort door de bocht om te stellen dat vervrouwelijking een beroep inhoudelijk neerwaarts zou trekken. Met deze inhoud bedoelen criticasters van de oude stempel al snel de portefeuille. Maar ook de tijdsbesteding, toewijding, kennis en kunde worden al eens aangeklaagd.

Arts zijn vergt een grote kennis, toewijding en ervaring, enkel te bereiken met een aanzienlijke tijdsinvestering. Maar dat geldt ook voor een gezin en kinderen

We zien echter een volledige maatschappelijke omwenteling: de professionele tijdsbesteding wordt meer rendabel. Denk aan de digitalisering van dossiers, agenda's, managementtaken en zelfs bijscholing. Het verminderen van tijdsverlies op het werk met bijhorende intermezzo's. Dat heeft voor- en nadelen, maar stellen dat de huidige artsen minder tijd steken in het opbouwen van ervaring en kennis, is kort door de bocht.

Arts blijft een innemende beroepskeuze, die een grote kennis, toewijding en ervaring vergt, enkel met een aanzienlijke tijdsinvestering te bereiken. Maar dat geldt ook voor een gezin en kinderen.

Persoonlijk ben ik een geweldige voorstander van het volgen van je dromen. Voor velen hoort dat gezin er ook bij. Indien wij te angstig zouden zijn om deze uitdagingen te combineren, zou dit nefast zijn voor de voortzetting van (de genderdiversiteit in) ons beroep. Dat is elementaire genetica. Maar heel gelijklopend kan falen in een gezond evenwicht met aandacht voor onze kinderen op momenten dat dit voor hen belangrijk is, eveneens contraproductief werken. Zoals geopperd in Topdokters, kiezen kinderen niet voor dit beroep omdat zij het afwezige voorbeeld niet wensen te volgen.

Hoe je ouderschap combineert met een artsenberoep is een uitdaging, een wipwap zonder handleiding. Bernard Shaw, Nobelprijswinnaar Literatuur, stelde in 1925 "Parentage is a very important profession, but no test of fitness for it is ever imposed in the interest of children". De in Topdokters aangehaalde opmerking van de kinderen, dat je er ook (af en toe of zelfs geregeld) moet zíjn voor hen is dan ook cruciaal. Liefde is een werkwoord.

Gelukkig is er altijd hoop in de doos van Pandora. Ook voor de eerdere generaties indien zij zich (deels onterecht) zouden schuldig voelen. Erich Remarque stelde immers: "Erst wenn man genau weiß, wie die Enkel ausgefallen sind, kann man beurteilen, ob man seine Kinder gut erzogen hat". En dat zag er, alvast bij de hoger aangehaalde kindercardioloog, veelbelovend uit.