25/10/16 om 13:40 - Bijgewerkt op 26/10/16 om 13:59

Eerste euthanasie op een wilsbekwame minderjarige

Vorige maand werd de eerste casus van euthanasie bij een minderjarige geregistreerd bij de federale commissie euthanasie. Het betrof een 17-jarige die al geruime tijd door een palliatief team werd begeleid. Het was meteen aanleiding tot veel persbelangstelling, zeker niet het minst vanuit het buitenland.

Op uitzondering van de uiterst scherpe veroordeling van de Italiaanse kardinaal Bagnasco die alle leven heilig vindt, waren de reacties toch opvallend minder agressief en emotioneel dan in 2014 wanneer de aanpassing van de euthanasiewet voor wilsbekwame minderjarigen gestemd werd. Toen werd de euthanasiepraktijk in België soms ronduit vergeleken met het 'vermoorden van kinderen'. Een vergeeflijke dwaling gezien in landen zonder euthanasiewet - de ganse wereld, buiten de Benelux, Colombia en recent Canada - het begrip 'euthanasie' niet strikt wettelijk gedefinieerd is. Daar verstaat men onder het woord euthanasie zowel een levensbeëindiging op vraag van de betrokkene maar ook zonder zijn verzoek.

De link naar het 'vermoorden' van baby's is dan snel gelegd, terwijl in landen met een euthanasiewet het enkel kan op verzoek van een 'wilsbekwame' zieke die bovendien aan diverse strenge voorwaarden moet voldoen. Desondanks wordt ook nog in België frequent gezondigd tegen de wettelijke betekenis van het woord 'euthanasie'. Denk maar aan wat geregeld in de pers verschijnt of wordt gezegd: 'er werd euthanasie uitgevoerd op de aangespoelde potvis', de giraf werd geëuthanaseerd', 'ik ga mijn hond euthanaseren' enz. Dieren zijn wilsonbekwaam en kunnen er dus net zo min als dementerenden of baby's zélf om vragen.

Delen

Waarom heeft het tweeënhalf jaar geduurd vooraleer een eerste geval van euthanasie bij een minderjarige zich voordeed?

Dit was voorspelbaar omdat minderjarigen gelukkig niet vaak sterven. In 2015 waren er 670 overlijdens bij minderjarigen: 585 tussen 0-12 jaar en 85 tussen 12-18 jaar. Hoewel er in België geen leeftijdsgrens bestaat, wordt vooral de groep van 12-18 jarigen aanzien als potentieel wilsbekwaam. Bij volwassenen betrof in 2015 het aantal geregistreerde overlijdens door euthanasie 2 %. Toegepast op de 85 overlijdens tussen 12-18 jaar, bedraagt dit 1.7 euthanasiegevallen per jaar. Tweeënhalf jaar na de wet voor wilsbekwame minderjarigen zou dit overeenkomen met 1.7 x 2.5, afgerond vier euthanasiecasussen. Waarom dan 'slechts' één casus i.p.v. vier? Vooreerst is de euthanasiewet voor wilsbekwame minderjarigen strikter dan voor volwassenen. De wilsbekwaamheid moet formeel bevestigd worden door een psycholoog of een jeugdpsychiater en er moet ook een schriftelijke toestemming zijn van de ouders. Bovendien kan het hier enkel bij ondraaglijk fysiek (en dus geen psychisch) lijden, wat enkel mag veroorzaakt worden door een terminale (en dus geen niet-terminale) aandoening. Vervolgens is het denkbaar dat de behandelende artsen hun ingeburgerde praktijk van de palliatieve sedatie bij uitzichtloos lijdende minderjarigen verderzetten i.p.v. de euthanasieprocedure te volgen. In Nederland is euthanasie vanaf de leeftijd van 12 jaar of ouder al mogelijk sinds de wet van 2002. Ook hier werden tot op heden niet meer dan een vijftal casussen geregistreerd.

Ten slotte wordt nogmaals de argumentatie ten gunste van een aanpassing van de euthanasiewet voor wilsbekwame minderjarigen herhaald, gezien deze wetswijziging heel wat kritiek heeft opgeleverd.

  • Euthanasie bij minderjarigen gebeurde reeds vóór 2014, zoals euthanasie bij volwassenen ook vóór de oorspronkelijke wet van 2002 al plaatsvond. Dit was niet comfortabel voor de patiënt, noch voor de familie die hun rouwproces niet kon delen, noch voor de arts die zich met weinig rechtszekerheid enkel op de 'noodsituatie' kon beroepen. Hierdoor kozen artsen eerder voor palliatieve sedatie.
  • Het aantal palliatieve (terminale) sedaties is sinds de euthanasiewet (2002) bijna verdubbeld (8% van alle overlijdens vóór 2002; momenteel 12-15 %). Terminale sedatie kan zowel op verzoek van de patiënt, maar ook zonder zijn verzoek, waardoor de arts aan zet is. Hierbij is geen verplichte aangifte nodig zoals bij euthanasie. Dit werd door tegenstanders van de euthanasiewet nog nooit gecontesteerd.
  • Volgens de wet inzake patiëntenrechten (2002) kan een oordeelsbekwame minderjarige, ongeacht zijn leeftijd, alle behandelingen weigeren, zelfs levensreddende. De oordeelsbekwaamheid moet hier niet formeel bevestigd worden door een psycholoog of een jeugdpsychiater. Dit werd ook nog nooit door iemand betwist.
  • Gezien euthanasie bij wilsbekwame minderjarigen (gelukkig) niet veel voorkomt, vonden de tegenstanders geen wetswijziging nodig. Maar juist door dit gegeven was het onbegrijpelijk dat hun verzet zo heftig was. Op lijden staat echter geen leeftijd: deze wettelijke discriminatie werd reeds jaren geleden door de Orde der Artsen gepubliceerd, zelfs al betreft het maar één casus per jaar. Deze aanbevelingen voor een wetgevend initiatief werden eveneens door de Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België overgenomen.