...

Een exact jaartal kon hij ons echter niet geven. Voor hem lag de focus namelijk vooral op het voortzetten van zijn normale leven. Dat hoofdstuk heeft hij dus inmiddels achter zich gelaten, al heeft hij er naar eigen zeggen wel uit geleerd: meer relativeren en intenser genieten van de dierbare momenten. Hoe ben je erachter gekomen dat je kanker had? Dat is heel toevallig ontdekt. Ik was toen 46 jaar geloof ik, en ik had last van lage rugpijn. Ik ben bij een collega gegaan die mij zei dat het een soort van ischialgie kon zijn, maar omdat de wervel gevoelig was, werd besloten een scan te maken. Daarop was oedeem van de wervel zichtbaar. De radioloog had er geen goed gevoel bij en stelde een botbiopsie van die wervel voor. Mijn vrouw, een huisarts, had ook een niet-pluisgevoel. Dat is denk ik wel heel belangrijk, dat je op dat moment goed gecoacht wordt door mensen die heel open en eerlijk communiceren en je aanzetten om meteen verder onderzoek te laten doen. Want enkele dagen later kwam het slechte resultaat dan ook binnen. Welke behandeling werd jou voorgesteld en stond je daar als arts kritisch tegenover? Wel, op dat moment stond ik voltijds in het wetenschappelijk onderzoek. Ik kende de behandelend arts en die zei mij onmiddellijk dat hij het belangrijk vond voor mij om een tweede advies in te winnen. Veel was er namelijk niet geweten over het behandelen van een non-Hodgkinlymfoom op een wervel.Dat vond ik zo overtuigend en mooi dat dit voor mij genoeg was om geen tweede arts te raadplegen. Ik heb mijn vertrouwen in die arts gelegd en die moest het mij maar vertellen. Op dat moment wou ik gewoon patiënt zijn, geen arts. Ik wou niet mee beslissen over mijn behandeling. Hij vertelde mij dat hij me zou behandelen zoals aangewezen is voor de andere klassieke plaatsen waar non-Hodgkinlymfoom voorkomt, en dat begreep ik perfect. Ik heb toen zeer bewust de keuze gemaakt om mijn lot in de handen van een expert te leggen, die het beter weet en heel die literatuur opvolgt. Ik vond ook dat ik daar recht op had. Zo heb ik kritiekloos gevolgd wat mijn behandelend arts voorstelde. Er waren slechts twee dingen die ik wilde weten: wat mijn genezingskansen waren, en of ik verder kon blijven werken ( lacht). Uiteindelijk heb ik zes kuren chemotherapie gekregen gevolgd door radiotherapie terwijl ik voltijds bleef doorwerken. Hoe heb je die combinatie ervaren? De nevenwerkingen namen toe met elke kuur. Ik had haaruitval, last van tintelingen in de vingers en voeten, misselijkheid en braken, maar voor mij was blijven werken een soort van genezingsproces. Ik moest mij daarop focussen om de chemotherapie beter aan te kunnen. Toevallig viel de behandeling samen met mijn onderwijsmodule en de lessen gingen dus gewoon door. Daar heb ik een hele mooie ervaring aan over gehouden. Ik ben duidelijk geweest met mijn studenten: ik heb hen verteld dat ik gedurende 25 dagen radiotherapie kreeg en dat dit telkens op een ander uur zou plaatsvinden. De lessen zouden doorgaan, maar soms zou ik dus uit de les gaan en even later terugkeren om deze te hervatten. Ze kregen de keuze om weg te gaan, of pauze te nemen en terug te keren voor het resterende deel van de les. Zo gaf ik hen een stukje verantwoordelijkheid, maar ze apprecieerden de transparantie enorm. En ik moet zeggen dat ik nog steeds een fantastische band heb met die (ondertussen afgestudeerde) studenten ( lacht). Wat mij ook echt is opgevallen tijdens mijn ziekte-werk-traject en waar ik nu van overtuigd ben, is dat je via autogene training bepaalde nevenwerkingen, zoals misselijkheid, beter kan opvangen. Zo herinner ik mij dat ik na mijn vijfde of zesde kuur, wanneer ik al behoorlijk ziek was van de behandeling, absoluut het vliegtuig moest nemen om een contract te ondertekenen voor een doctoraatsstudent. Tijdens de chemokuur vroeg ik aan de verpleegkundige om ervoor te zorgen dat de baxter snel genoeg liep. Die dacht wellicht dat ik gek was ( lacht), maar voor mij was dat heel belangrijk om op dat vliegtuig te zitten. En tijdens mijn rit naar de luchthaven ervaarde ik geen misselijkheid, maar van zodra ik op het vliegtuig zat had ik het vlaggen. Zo is dat meerdere malen gebeurd dat ik de misselijkheid en het braken heb kunnen 'uitstellen' wanneer ik mezelf genoeg afleidde tot het moment dat ik mij niet meer sterk moest houden. Had je dan geen last van (zware) vermoeidheid? Zeker wel. Als ik thuis kwam, ging ik altijd eerst een uur op bed liggen. Onze drie kinderen wisten dat, en lieten me dan even met rust. Ik kon bijvoorbeeld ook niet meer sporten, dat was te zwaar. Je voelt toch wel dat je kracht afneemt. Ik was ook nog eens 10 kg vermagerd overheen de gehele behandeling. Maar wat voor mij heel vreemd was, was dat mijn geheugen verslechterd was. Waar ik vroeger een ongelooflijk geheugen had, is dat wel hard aangekomen dat ik dat niet meer heb. Zeker in mijn beroepsleven moet ik mij veel concentreren en steeds blijven memoriseren. Vergaderingen (of eerder teleconferenties nu) moet ik dubbel zo hard voorbereiden. Ik voel wanneer ik aan mijn limiet zit van de hoeveelheid informatie die ik kan absorberen. Als ik dan meer wil absorberen, is dat zeer vermoeiend. De problematiek van een chemobrein is naar mijn mening wel onderbelicht en enorm onderschat. Je kan ons het exacte jaartal waarin je ziek bent geworden niet geven, alsook je ziektestadium niet. Heb je die periode dan (bewust) verdrongen? Ik moet dat inderdaad allemaal aan mijn vrouw vragen, als mijn huisarts heeft zij ook toegang tot mijn medisch dossier. Ik denk dat de reden waarom ik het heb 'verdrongen' niet is omdat het een bijzaak was, maar eerder omdat ik gewoon alles bleef voortdoen. Ik kan het zelfs niet in mijn curriculum terugvinden, omdat alles op schema werd voortgezet ( lacht). Uiteraard is niet elk kankerverhaal hetzelfde, maar voor mij was vooruit blijven gaan ondanks het afzien, de beste manier om erdoor te geraken. En voor je het weet zit je terug in het volgende academiejaar... Uiteraard beginnen daarna de periodieke check-ups, waar ze jou vertellen dat ze niet goed weten wat er bij jou bepaald moet worden, want de opvolging is niet zo evident. Een bodyscan kan je misschien beter ook niet jaarlijks ondergaan en in mijn bloed was er tijdens de ziekte ook niets zichtbaar. Wat betreft de opvolging is mij wel opgevallen dat telkens ik onder een PET-scan moest, het weer even spannend en echt werd. Dat is heel gek, want ik kon wel zeggen 'ik zet mijn leven verder', maar de dagen voor en na zo'n scan werd ik daar wel terug hard mee geconfronteerd. Je weet dat de hervalpercentages rond de 10 à 20% liggen en dat is iets waar je dus mee moet leren omgaan. Ook wanneer je plots zoiets als een klier in je lichaam voelt, spookt er van alles door je hoofd. Gelukkig heb ik een echtgenote die daar heel rationeel in is en mij direct gerust stelt. Heeft deze ervaring jouw kijk op de geneeskunde, alsook op het leven veranderd? De kijk op de geneeskunde verandert in de zin van dat je beseft dat de geneeskunde veel kan. Op dat moment zat ik beroepsmatig volledig in de preventieve setting, niet zozeer in de curatieve, en dan ben je verbaasd en blij tegelijkertijd dat men dat aanbod heeft kunnen doen. Misschien was dat tien jaar eerder niet mogelijk geweest. Wat betreft mijn kijk op het leven heb ik zeker één ding geleerd. Voor een stuk denk je dat jouw uren of jaren in zekere zin zijn geteld, zeker als je pas aan de behandeling begint. Ik werd daarom zeer selectief in wie ik wel en niet wilde zien. Ik zal niet zeggen dat dit nu nog zo is, maar je gaat toch anders om met je vrije tijd en ik koester die momenten erg. Ik ben dan ook veel meer gaan relativeren. Je gaat voor jezelf bepalen wat jij heel belangrijk vindt, en veel wordt dan onbelangrijk. Ik denk dat mijn vrouw zich in die periode ook voor een stuk heeft kunnen optrekken aan het feit dat ik mijn gevoel voor humor niet verloren had en bleef relativeren. Zou je onze lezers nog iets willen meegeven? Ik denk dat het belangrijk is dat kankerpatiënten in behandeling er niet alleen voor staan. Daar kan, naast het curatieve aspect, ook wel vanuit het ziekenhuis en de huisartsengeneeskunde misschien iets meer aandacht voor zijn. Mensen die een dergelijk parcours moeten doorlopen zouden toch moeten kunnen terugvallen op een zekere coaching. Men zou hen dus steeds moeten bevragen of ze op iemand kunnen terugvallen en indien dit niet het geval is, kijken voor een oplossing, al is het maar door contact met lotgenoten. Daarnaast is het belangrijk om tijdens een slechtnieuwsgesprek alert te zijn op wat er achter de vragen van de patiënt schuilt. Ook transparantie van bij het begin is daarin belangrijk, dat heb ik als huisarts in de jaren '80 ervaren met de eerste hiv-patiënten in Antwerpen. Goede communicatievaardigheden zijn zeer belangrijk om een goede vertrouwensband op te bouwen met de patiënt, niet enkel bij artsen, maar ook bijvoorbeeld bij apothekers. Hier wordt dan ook meer en meer belang aan gehecht in de opleiding, waar men moet nagaan of de patiënt het gesprek heeft verstaan. En ook nu met de hele covid-19-situatie zie ik hoe belangrijk communicatie is en wat mensen hieruit onthouden, want de boodschap kan snel anders begrepen worden. Tenslotte denk ik ook dat het heel belangrijk is voor het genezingsproces om zoveel mogelijk je normale leven te blijven leiden en je nuttig te voelen. Dat je toch een zekere regelmaat hebt in je leven. Daarin mag men niet onderschatten hoe belangrijk het is om een gevoel voor humor en relativering te behouden of te ontwikkelen.