Dr. David Spigel, eerste auteur en directeur van het Lung Cancer Research Program aan het Sarah Cannon Research Institute, Nashville, Tennessee, heeft op het congres van de ESMO 2019 een tussentijdse analyse van de overleving in de IMpower110-studie gepresenteerd. "Atezolizumab is een veelbelovende eerstelijnstherapie bij die patiënten", zei hij.

De studie werd uitgevoerd bij 572 patiënten met een nieuw gediagnosticeerd stadium IV NSCLC die nog geen chemotherapie hadden gekregen. De patiënten werden gerandomiseerd naar atezolizumab 1.200 mg om de drie weken of cisplatine/carboplatine + pemetrexed gedurende 4 of 6 cycli gevolgd door pemetrexed (patiënten met een niet-spinocellulair NSCLC) of cisplatine/carboplatine + gemcitabine gedurende 4 of 6 cycli gevolgd door de beste ondersteunende zorg (patiënten met een spinocellulair NSCLC). De behandeling werd voortgezet tot verergering van de tumor. In beide behandelingsgroepen werden de patiënten verder gevolgd om de totale overleving te evalueren.

De patiënten werden gestratificeerd naargelang van de PD-L1-expressie op de tumorcellen (TC) of de immuuncellen die in de tumor zaten (IC). TC1/2/3 of IC1/2/3 hadden een PD-L1-expressie van 1% of meer op TC of IC (n=554). TC2/3 of IC2/3 hadden een PD-L1-expressie van 5% of meer (n = 328). 205 patiënten hadden een TC3 (PD-L1-expressie van 50% of meer) of IC3 (PD-L1-expressie van 10% of meer).

Bij alle patiënten kon de ziekte worden gemeten. De ECOG-performantiestatus was 0 of 1. De 554 patiënten hadden een wild type (WT) tumor, d.w.z. een tumor zonder ALK- en/of EGFR-mutatie.

Bij de patiënten met een TC3- of IC3-WT-tumor was de mediane totale overleving 41% beter met atezolizumab dan met chemotherapie (respectievelijk 20,2 en 13,1 maanden, hazard ratio 0,59, 95% betrouwbaarheidsinterval 0,40-0,89; p = 0,0106). De testgrens van de totale overleving werd niet overschreden bij de patiënten met een TC2/3- of IC2/3-WT-tumor, en daarom werden patiënten met een TC1/2/3 of IC1/2/3-WT-tumor niet formeel getest.

De resultaten waren vergelijkbaar hoewel iets minder robuust wat de progressievrije overleving betreft, bij de patiënten met een TC3- of IC3-WT-tumor: 8,1 maanden met atezolizumab en 5,0 maanden met chemotherapie (HR 0,63, 95% BI 0,45-0,88, p = 0,007).

Het aantal patiënten dat na tumorprogressie één of meer andere behandelingen heeft gekregen, was hoger in de chemotherapiegroep (49,5%) dan in de atezolizumabgroep (29,6%). Het aantal patiënten dat daarna een andere immunotherapie heeft gekregen, was slechts 2,5% in de atezolizumabgroep tegen 28,9% in de chemotherapiegroep.

Bij de patiënten met een TC3- of IC3-WT-tumor bedroeg het percentage objectieve respons 38,3% met atezolizumab en 28,6% met chemotherapie. In de overgrote meerderheid van de gevallen ging het om een partiële respons. De mediane duur van de respons was op het ogenblik van de analyse nog niet bereikt in de atezolizumabgroep (spreiding duur op het ogenblik van de analyse 1,8-29,3 maanden). In de chemotherapiegroep was de mediane duur van de respons 6,7 maanden (spreiding 2,6-23,9 maanden). Het percentage objectieve respons bij patiënten met een TC2/3, IC2/3, TC1/2/3 en IC1/2/3 wild type-tumor was altijd ongeveer 30%.

Het veiligheidsprofiel van atezolizumab strookte met wat in eerdere studies werd vastgesteld. Er zijn geen nieuwe of onverwachte bijwerkingen opgetreden. Het aantal aan de behandeling gerelateerde graad 3/4-bijwerkingen was 31,8% in de atezolizumabgroep en 44,1% in de chemotherapiegroep. Het aantal aan de behandeling gerelateerde ernstige bijwerkingen bedroeg respectievelijk 8,4% en 15,6%.

De vorsers concludeerden dat atezolizumab een veelbelovende eerstelijnstherapie is bij patiënten met een NSCLC met een hoge PD-L1-expressie.