De CheckMate 204-studie werd uitgevoerd bij patiënten met een melanoom met minstens één meetbare hersenmetastase (0,5 tot 3,0 cm) die geen radiotherapie hadden gekregen. De patiënten werden in twee groepen ingedeeld:

  • groep A: patiënten zonder neurologische verschijnselen of patiënten die geen corticosteroïden kregen,
  • groep B: patiënten met neurologische verschijnselen, ongeacht of ze al dan niet werden behandeld met corticosteroïden.

De patiënten van beide groepen kregen dezelfde behandeling, meer bepaald 4 cycli van 3 weken met NIVO 1 mg/kg + IPI 3 mg/kg, daarna NIVO 3 mg/kg om de 2 weken in monotherapie tot tumorprogressie of optreden van onaanvaardbare toxiciteit.

Het primaire eindpunt was het percentage gunstige intracraniale klinische effecten (CBR), namelijk het percentage patiënten met een complete remissie (CR), een partiële remissie (PR) of waarbij de ziekte gedurende minstens 6 maanden kon worden gestabiliseerd (SD).

Bij de eerste evaluatie op 1 mei 2018 bedroeg de follow-up bij alle behandelde patiënten (101 in groep A en 18 in groep B) ongeveer 6 maanden of langer.

Nieuwe gegevens

Cohorte A

Na een mediane follow-up van 20,6 maanden bedroeg het percentage CBR 58% (RC 29%, PR 26% en SD 4%). Graad 3/4-bijwerkingen werden gedocumenteerd bij 54,5% van de patiënten. In 6,9% van de gevallen ging het om neurologische bijwerkingen. Eén patiënt is gestorven als gevolg van de behandeling (immune myocarditis).

Cohorte B

In die groep bedroeg het mediane toegediende aantal cycli van de combinatie NIVO + IPI 1. Slechts 2 van de 18 patiënten hebben de initiële 4 cycli gekregen.

Na een mediane follow-up van 5,2 maanden bedroeg het percentage CBR 22% (2 RC, 1 PR en 1 SD). Graad 3/4-bijwerkingen werden gedocumenteerd bij 55,6% van de patiënten en in 16,7% van de gevallen ging het om neurologische bijwerkingen.

De conclusie van de auteurs is: gezien het hoge percentage gunstige intracraniale klinische effecten, die bovendien lang aanhouden, is een eerstelijnstherapie met de combinatietherapie NIVO + IPI ten volle gewettigd bij patiënten met asymptomatische hersenmetastasen.

Die combinatietherapie had ook een zekere activiteit op de hersenmetastasen bij patiënten met symptomatische hersenmetastasen, maar verder onderzoek is vereist om een beter inzicht te krijgen in de biologische mechanismen die maken dat de tumor niet reageert op immunotherapie.

Naar de mondelinge presentatie van Hussein Abdul-Hassan Tawbi et al. J Clin Oncol 37, 2019 (suppl; abstr 9501), ASCO 2019, Chicago, 31 mei-4 juni.