Meer awareness voor hoofd- en halskanker

Deze week loopt de Make Sense Campaign, een bewustwordingscampagne over hoofd- en halskanker van de EHNS, de European Head and Neck Society. Onder meer UZ Gent, UZA, AZ Sint-Jan Brugge en CHU Namur doen mee.

MRI is efficiënter dan mammografie bij borstkankerscreening

Deze multicentrische (12 centra in Nederland) gerandomiseerde gecontroleerde trial vergelijkt bij vrouwen met een familiaal verhoogd risico op borstkanker van ten minste 20%, het gebruik van mammografie en MRI, als screeningsonderzoek. Van de 1.355 dames werden er 675 toegewezen aan de MRI-groep en 680 aan de mammografiegroep. Het gemiddeld aantal screeningsonderzoeken per vrouw bedroeg 4,3 (SD 1,76) en de mediane follow-up na inclusie was 5,2 jaar voor beide screeningsgroepen (IQR 3,4-6,2 in de MRI-groep en 3,6-6,3 in de mammografiegroep).

Cediranib te overwegen behandelingsoptie bij alveolair wekedelensarcoom

In deze dubbelblinde, placebogecontroleerde, gerandomiseerde fase 2-trial, die werd uitgevoerd in 12 oncologische centra in het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Australië, werden 32 patiënten met een gemetastaseerd en progressief alveolair wekedelensarcoom behandeld met cediranib (30 mg per os, eenmaal daags) en 16 patiënten met placebo.

Distributie vetweefsel en risico van agressieve prostaatkanker

In een prospectief onderzoek naar de distributie van het vetweefsel en het risico op prostaatkanker hebben de vorsers vastgesteld dat een hoge hoeveelheid vetweefsel in het abdomen en de dijen correleerde met een hoger risico op agressieve prostaatkanker.

Radiotherapie verhoogt risico cardiovasculaire accidenten bij patiënten met NSCLC

De auteurs hebben retrospectief de gegevens doorgenomen van patiënten met een plaatselijk gevorderde niet-kleincellige longkanker en zijn daarbij tot de conclusie gekomen dat radiotherapie op de hartstreek het risico op ernstige cardiovasculaire accidenten en overlijden verhoogt. Het risico op optreden van een ernstig cardiovasculair accident na radiotherapie steeg significant bij de patiënten zonder voorgeschiedenis van coronair hartlijden, maar niet bij de patiënten met een voorgeschiedenis van coronair hartlijden.

Nieuwsbrief

Schrijf u in op onze nieuwsbrief