Veel vrouwen beweren dat 'stress' invloed heeft op de duur van de menstruatiecyclus of stoornissen van de hormonale patronen tijdens de verschillende fasen van de cyclus veroorzaakt. Er is echter vrij weinig wetenschappelijk onderzoek verricht naar de correlatie tussen psychische en fysiologische stress en de duur van de cyclus. Op het congres van de ESG in Wenen heeft dr. Maike Kahr van het Universitätsspital Zürich de resultaten gepresenteerd van een longitudinale studie daaromtrent.

De studie werd uitgevoerd bij vrouwen van gemiddeld 32,5 jaar met een normale BMI en een cyclus van 21 tot 50 dagen. Alle vrouwen moesten 's nachts een AVA-polsband dragen voor meting van fysiologische parameters en moesten de gegevens synchroniseren met een app. Eén van de parameters die door het draagbare medische hulpmiddel werden gemeten, was de variabiliteit van de hartfrequentie, een indicator van fysiologische stress. De vrouwen moesten dagelijks een dagboek invullen, waarin ze moesten antwoorden op vragen over de gezondheid en de mate van stress op een schaal van nul tot 100. Die gegevens werden gebruikt om de psychische stress te meten. De duur van de folliculaire en de luteale fase werd bepaald door middel van bepaling van de LH-concentratie op urine thuis en het begin van de menstruatiebloeding. De cycli werden meegeteld bij de analyse als er gegevens voorhanden waren van minstens 80% van de cyclusdagen.

Een cyclus van 24 tot 35 dagen werd als normaal beschouwd. Als minstens vijf van de zes cycli aan die criteria voldeden, werden de cycli als regelmatig beschouwd. Kahr: "Als meer dan één op de zes cycli daar niet aan voldeed of als een cyclus meer dan vier dagen korter of langer was dan de andere, werden de cycli als onregelmatig beschouwd." De statistische analyse werd uitgevoerd met een Mann-Whitney-test om verschillen in de cyclusduur tussen de verschillende groepen op te sporen. Met de Pearson-correlatie werd het verband tussen stress en de duur van de cyclus geëvalueerd.

Er werd een significante correlatie vastgesteld tussen de gemiddelde en de maximale psychische en fysiologische stress tussen de folliculaire fase en de duur van de folliculaire fase (p < 0,001). Ook werd een correlatie gevonden tussen psychische en fysiologische stress onderling (p < 0,001). Er werd geen verschil in de duur van de luteale fase waargenomen tussen de verschillende groepen (p = 0,30).

De vorsers hebben ook een multivariabel model van gemengde effecten gebruikt om de waarschijnlijkheid van ovulatie te voorspellen. Daarbij werden de volgende factoren gebruikt: BMI, alcoholgebruik, lichamelijke stress en psychische stress. Bij multivariate analyse hadden psychische stress, fysiologische stress en alcoholgebruik invloed op de waarschijnlijkheid van ovulatie.

Kahr M et al. Association of physiological and psychological stress and menstrual cycle disorders, gepresenteerd op het congres van de ESC, 18 oktober 2019, Wenen

Bron: Sessie "Oral Presentation: Menstrual Cycle Disorders and Fertility" op het congres van de ESG, 18 oktober 2019, Wenen