Bij 20.112 werknemers in 343 bedrijven werd een screeningonderzoek van de huid uitgevoerd om de kenmerkende letsels van hidradenitis suppurativa op te sporen. De deelname gebeurde op vrijwillige basis. Daarbij werd gezocht naar inflammatoire papels, pijnlijke noduli, (gewone of samenvloeiende) abcessen en huidfistels. De prevalentie van hidradenitis suppurativa werd berekend op grond van het aantal werknemers dat minstens één van die elementen vertoonde.

57 (0,3%) van de onderzochte werknemers vertoonden minstens één van de bovenvermelde letsels en bij hen werd dan ook een diagnose gesteld van hidradenitis suppurativa (gemiddelde leeftijd 45 ± 10,5 jaar, 61,4% mannen (n = 35). Er was geen significant verschil in leeftijd, geslacht of huidfototype (classificatie van Fitzpatrick) tussen de werknemers met en de werknemers zonder letsels. De werknemers met dergelijke letsels vertoonden ook driemaal vaker folliculitis (26,3% versus 8,9%) en hadden vaker een voorgeschiedenis van inflammatoire huidletsels (acne vulgaris, psoriasis en seborroïsche dermatitis).

De onderzoekers schrijven dat de gemeten prevalentie ongeveer het gemiddelde is van de prevalentiecijfers die in de literatuur zijn gerapporteerd, maar dat die prevalentie waarschijnlijk werd onderschat en wel om minstens 2 redenen.

Ten eerste, de screening werd uitgevoerd op vrijwillige basis. Redelijkerwijs mag worden aangenomen dat mensen met bewezen dermatologische problemen, weinig geneigd zijn om aan zo'n onderzoek deel te nemen.

Ten tweede, patiënten met een ernstigere vorm of frequente acute opflakkeringen zijn vaak arbeidsongeschikt en vielen dus buiten de studiepopulatie.

De studie werd uitgevoerd bij 'gezonde werknemers', wat mogelijk sterke invloed heeft gehad op de resultaten. De essentiële boodschap is dat het gewicht van hidradenitis suppurativa bij actieve volwassenen helemaal niet te verwaarlozen is.

N Kirsten et al. EADV 2019, abstract FC05.01.