...

Haar centrale ligging in Noord-Holland heeft het middeleeuwse Gouda geen windeieren gelegd. De omgrachte stad is eeuwenlang een belangrijk verkeersknooppunt geweest, en tolheffingen van passerende binnenvaarders zorgden voor rijkdom. Ook de lokale brouwerijen en lakenindustrie verspreidden Gouda's faam tot ver buiten de eigen regio. Zo werd Gouds bier veelvuldig geëxporteerd, ook naar Gent en Brugge.In dat welvarende milieu groeien twee figuren op die een band hebben met onze contreien: Erasmus krijgt zijn opleiding grotendeels in deze stad, schilder Pieter Pourbus zal vooral carrière maken in Brugge maar is wel hier geboren, in 1523. In diezelfde 16e eeuw duikt ook een Vlaming op als stadsarts. Omstreeks 1550 valt de stad immers zonder stadsarts en moet het stadsbestuur in allerijl gezanten uitzenden om ' een medicijn' (sic) te zoeken. Ten langen laatste stoot men in Veurne op een 26-jarige Gentenaar, Boudewijn Ronsse (1525-1597), die bereid wordt gevonden om de positie te bekleden. Deze oud-alumnus van de Leuvense universiteit geniet naar verluidt dan al enige bekendheid, blijkt uit diverse bronnen.De nieuwe stadsarts vestigt zich in een statig herenhuis langs de hoofdgracht Hoge Gouwe, tegenover de Sint-Joostkapel (thans Lutherse kerk) en het woonhuis van een andere Vlaming, drukker Jasper Tournay uit Leuven. Dat woonhuis is trouwens een van de weinige tastbare sporen van deze dr. Ronsse! In het stadsarchief worden weliswaar geschriften en brieven van de medicus bewaard, maar een portret of afbeelding van de Vlaming blijkt nergens te vinden.Hoe dan ook, als stadsarts genoot hij een zeer gedegen reputatie, ook omdat hij in publicaties actuele thema's als hygiëne, verloskunde, ziekten zoals scheurbuik en voedingsleer aansneed. En hij heeft mede getracht om in Gouda een chirurgijnsgilde op te richten om kwakzalvers en andere dilettanten te weren. Als dank eerde de stad hem na zijn overlijden in 1597 met een 'indrukwekkende' begrafenis. Toch is de herinnering aan deze Vlaamse inwijkeling anno 2020 niet helemaal verdwenen: in een nieuwe woonwijk tegenover het stedelijk ziekenhuis vind je onder meer een Ronssetoren, Ronsseweg en -pad.Dokter Ronsse is beslist niet de enige immigrant uit de Zuidelijke Nederlanden die in de tweede helft van de 16e eeuw in Gouda is beland. De politiek-religieuze troebelen in onze provincies zorgden, zeker in de laatste decennia, voor een massale exodus van mensen, knowhow en kapitaal richting noorden. Steden als Amsterdam, maar ook Leiden en Gouda zagen hun inwonersaantallen boomen.In Gouda schat men dat de stedelijke bevolking tussen 1570 en 1620 met minimum een derde aangroeide. Het stadsbestuur stelde onder meer in onbruik geraakte kloosters als werkplaats ter beschikking van deze nieuwkomers. De input van nieuwe arbeidskrachten, knowhow en technieken heeft de Goudse textielindustrie tal van nieuwe impulsen gegeven - en dat weerspiegelt zich ook in het straatbeeld: namen als Klein Vlaenderen en de Drapiersteeg verwijzen rechtstreeks naar die instroom uit het zuiden.En die geschiedenis zal zich naderhand herhalen: tijdens Wereldoorlog I wordt in de buitenwijken een groot kamp voor Belgische vluchtelingen opgezet, dezer dagen bieden de nauwe straatjes en kleine huisjes rond de Vlamingstraat en Drapiersteeg onderdak aan nieuwe migranten... De blikvangers van (toeristisch) Gouda vind je echter op en rond het fraaie stadhuis (de trouwzaal is bekleed met wandtapijten van de Vlaming David Ruffelaer), de Waag (waar de kaas gewogen werd) en de imposante Sint-Janskerk met zijn schitterende glasramen. In die kerk stootten we op nog een stadsarts uit Vlaanderen. Een kleurrijk epitaaf maakt duidelijk dat dr. Joost Balbiaen (1543-1616) van 1611 tot aan zijn dood eveneens de positie van stadsarts in Gouda heeft bekleed.De Aalstenaar Balbiaen was al enkele jaren voor zijn officiële aanstelling actief als medicus. Van hem is met zekerheid geweten dat hij omwille van zijn protestants geloof koos voor emigratie uit Vlaanderen. Maar net als bij die andere Oost-Vlaming Boudewijn Ronsse is het aantal tastbare sporen in het straatbeeld, op het epitaaf na, uitermate schaars. Dr. Balbiaen publiceerde wel een aantal geschriften, vooral over zijn grote hobby alchemie. Tot slot: loop tijdens uw verkenning door deze aangename stad beslist ook eens langs het stadsmuseum in het Catharina Gasthuis (voorheen de Waalse Kerk in de stad). Naast elementen uit de rijke stadsgeschiedenis is er ook aandacht voor medische thema's. Zo ontdekt u onder meer een oude stadsapotheek en de chirurgijnsgildekamer.