...

Net zoals het team van Christos Sotiriou (zie hiertegenover) wijzen Jenna Newman et al. in PNAS op het verband tussen het welslagen van de huidige immunotherapie en de aanwezigheid van immuuncellen in en rond een tumor. Checkpointremmers zijn een relatief nieuwe klasse geneesmiddelen, die de remmende werking van de tumor op het immuunsysteem kunnen opheffen. Maar deze middelen werken lang niet bij alle patiënten.Newman en haar team hebben hiervoor een verklaring: checkpointremmers brengen een gunstig effect tot stand bij patiënten bij wie de tumoren 'hot' zijn. Daarmee bedoelen ze dat het tumorweefsel rijkelijk geïnfiltreerd is met immuuncellen, meer bepaald cytotoxische T-lymfocyten, die de tumor bestrijden. Patiënten die weinig of niet op checkpointremmers reageren hebben volgens dezelfde theorie een 'cold' tumor. Hierin zijn vrijwel geen immuuncellen aanwezig. Wil men bij 'koude' tumoren een therapeutische respons opwekken, dan komt het erop aan ze met cytotoxische T-lymfocyten te bevolken.Newman et al. hebben geprobeerd dit te bereiken door injectie van een griepvirus in de tumor. Op dat idee kwamen ze nadat gegevens van het Amerikaanse National Cancer Institute hen leerden dat patiënten met longkanker langer leefden als ze werden gehospitaliseerd met een longinfectie gerelateerd aan griep. De hypothese luidde dat het virus cytotoxische T-lymfocyten naar de tumor lokte.Injectie van het griepvirus in de longtumoren bij de muis verlengde inderdaad de levensverwachting. Het experiment faalde echter met een huidtumor. De auteurs wijzen erop dat het griepvirus in de long een natuurlijk moleculair aangrijpingspunt vindt, van waaruit het inflammatie kan veroorzaken en immuuncellen aantrekken, om zo een immuunreactieve micro-omgeving te scheppen. In de huid bestaat die bindingsmogelijkheid niet. Maar het experiment lukte wel wanneer men een geïnactiveerd griepvaccin inspoot. Het geïnactiveerde virus heeft een specifiek immunogeen potentieel en krijgt daardoor meer vat op de micro-omgeving van de tumor.De bereiding met het geïnactiveerde virus dat de onderzoekers gebruikten, beantwoordt aan het concept van het vaccin tegen de seizoensgriep. Om een eerste idee te krijgen van de toepasbaarheid bij de mens, transplanteerden de onderzoekers in een speciaal muismodel zowel menselijke immuuncellen als menselijke kankercellen. Intratumorale injectie met een griepvaccin dat in de klinische praktijk wordt gebruikt, deed de tumoren in volume afnemen. Combinatie met een checkpointremmer bracht een nog sterker effect teweeg. Op microscopisch niveau stimuleerde het griepvaccin de instroom cytotoxische T-lymfocyten in de micro-omgeving van de tumor.De auteurs stippen nog aan dat de intratumorale injectie van het griepvaccin niet alleen de tumorgroei gunstig beïnvloedt, maar ook beschermt tegen griep. Andersom kan men het antitumorale effect niet opwekken door het vaccin intramusculair toe te dienen: injectie in de tumor is daarvoor onontbeerlijk. De intratumorale injectie is wat omslachtiger, maar heeft dus een dubbele werking. Het is nu kijken of dit ook lukt bij de mens.