...

Ik heb cardiologie ingeademd van bij mijn geboorte, stelt de Pisaan van geboorte. "Mijn vader, zelf cardioloog, heeft mij nooit openlijk gestimuleerd om die richting te kiezen, maar ik wilde van kinds af weten hoe alles in zijn werk ging. Toen ik hem later vroeg waarom hij mij nooit aangemoedigd had, zei hij: ik wilde niets liever dan dat je in mijn voetsporen zou treden, maar je moest zelf tot die conclusie komen."Via omzwervingen in Londen en Milaan belandde de jonge arts in Aalst, bij professor Brugada. "Ik wilde echt naar België komen om te leren. Het Italiaanse opleidingssysteem levert theoretisch zeer onderlegde artsen af, maar je krijgt weinig kansen om praktijkervaring op te doen. Alles is veel hiërarchischer gestructureerd in mijn geboorteland: de baas beslist alles, er wordt veel minder in team gewerkt. In die zin was mijn verblijf in Aalst een ongelofelijke leerschool", luidt het."Op mijn 31e kreeg ik opnieuw een telefoontje van Pedro Brugada, met de vraag of ik zijn team aan de VUB en het Heart Rhythm Management Center (onderdeel van het Centrum voor Hart- en Vaatziekten) wilde vervoegen. Voor een jonge arts is dat een buitenkans, temeer daar de carrièrekansen in Italië minder uitgesproken zijn."Hij waagt de overstap en heeft dat zich geenszins beklaagd, integendeel. "Wij zijn verwelkomd door het team, ik heb mee de kans gekregen om het Centrum voor Hartritmestoornissen mee uit te bouwen. Dat geeft je toch een boost." De arts heeft het UZ, en bij uitbreiding België, als een heel open gemeenschap ervaren: "Ik hoef u niet te vertellen dat Italië ook heel wat immigranten binnenkrijgt. Maar die mensen willen daar niet blijven, ze willen richting noorden. Dat is niet zonder reden. Taalcursussen, familiehulp en dergelijke: in Italië bestaat zoiets niet of je moet het zelf betalen. Mijn cursus Nederlands kostte amper iets, de werkgever van mijn vrouw heeft die van haar betaald. Of neem jullie systeem van prenatale kine en ouder-schapssteun, dat zegt veel over jullie openheid."Dat taalbad komt dr. Chierchia goed van pas: 60% van de patiënten die hij tijdens consultaties over de vloer krijgt, zijn Nederlandstaligen. "Ik vind het belangrijk dat ik patiënten in hun eigen taal kan ontvangen, maar ik excuseer me dat mijn Nederlands niet perfect is. Alhoewel, ik heb ooit eens een patiënt uit Ieper gehad die erop stond dat ik met hem in het Nederlands converseerde. Dat was wel een uitdaging", herinnert hij zich met een brede glimlach.En hoe ervaart hij het leven hier? Dokter Chierchia is resoluut: "Vlaanderen heeft fantastische steden, niet in het minst Gent, waar ik graag mensen mee naartoe neem; voor de natuur moet je naar Wallonië. Brussel is dan weer zo kosmopolitisch dat het misschien wat van haar belgitude verliest. Ik woon in Ukkel, mijn buren komen van overal, mijn kinderen leren Nederlands op school, thuis praten we Italiaans en Engels. Het feit dat je hier zoveel talen vindt, zou toch een enorme rijkdom moeten zijn?"Mijn gesprekspartner is nochtans niet blind voor problemen. "Brussel is a mess, zeker als je naar het verkeer kijkt. Zoals in alle internationale steden heb je goede en slechte buurten. Ik wil niet negatief klinken, want jullie levenskwaliteit is ongelofelijk hoog. Alle buitenlandse collega's die we hier te gast hebben, willen nadien in België blijven. Dat zegt toch genoeg?"De arts heeft zelfs affiniteit met ons surrealisme: "De meest typische Belgische woorden volgens mij zijn in principe en normaliter. Aanvankelijk vond ik het vreemd als een ambtenaar zoiets tegen mij zei. Maar vandaag vind ik ze fantastisch klinken, misschien omdat ze aanleunen bij wat wij Italianen als arrangare kennen. Oké, je hebt regels nodig, maar in overgereguleerde landen zoals Nederland of Scandinavië zou ik niet kunnen wonen. Geef mij dus maar België, en liefst nog heel lang."Mist hij dan Italië niet? "Uiteraard wel. De onnoembare schoonheid, de waarde die men hecht aan het artistieke, la buona cucina*, het Italiaans op straat dat als muziek in de oren klinkt, de squadra azzura - al ben ik ook fan van de Rode Duivels -, dat is voor mij Italië. Ik ga trouwens geregeld mijn mama in Italië bezoeken. Maar hoe graag ik ook terugkeer naar il bel paese, het voelt een beetje provinciaal aan in vergelijking met Brussel.""Mag ik trouwens een tip geven? Ga eens naar Puglia, waar de aarde, steden en olijfbomen de kleuren van de Italiaanse vlag vormen. Plekken als Salento, Ostuni of Cegle Messapica, de hoofdstad van de lokale gastronomie, zijn echt een bezoek waard.'