...

Aldus Karine Moykens, administrateur-generaal Vlaams agentschap Zorg & Gezond-heid op een symposium over 'Communautarisering van de gezondheidszorg in 2024!' georganiseerd door het Vlaams Artsenverbond (AK 2764). De zorg is in volle verandering en het beleid moet daarop inspelen door zorg op maat aan te bieden vanuit een holistische visie, aldus de hoge ambtenaar. Maar om deze integrale en doelgerichte zorg en ondersteuning te realiseren, is meer geïntegreerde zorg nodig. Deze valt nu niet te realiseren aangezien na de zesde staatshervorming bevoegdheden verdeeld zijn tussen de federale overheid en de gemeenschappen. De organisatie van de eerste lijn is bijvoorbeeld Vlaams, de financiering van huisartsen en thuisverpleging federaal. Eenzelfde imbroglio is er in de ziekenhuissector en de geestelijke gezondheidszorg. "Dat bemoeilijkt een performant beleid", zei Moykens die ook benadrukte dat gezondheidszorg en welzijn op hetzelfde beleidsniveau horen te zitten. "De eerste en tweede lijn, preventie en curatie, horen samen. Dat is nu allemaal niet het geval." Een ingrijpende hervorming van het zorglandschap waarbij de piramide wordt omgedraaid, is nodig. "In plaats van heel veel te investeren in hypergespecialiseerde zorg is er meer geld nodig voor preventie en basiszorg", dixit Moykens. "Zorgvragers en zorgverleners bepalen samen de zorgdoelen en zorg wordt in multidisciplinaire samenwerkingsverbanden georganiseerd. Daarin vormt een homogeen bevoegdheidspakket een kritische factor." Structuren zijn slechts een middel om goede gezondheid voor iedereen te realiseren. "Een gemeenschappelijke brede visie op gezondheid kan een antwoord formuleren op de problemen van de huidige bevoegdheidsverdeling. Tegelijk worden zo ook de noden van het gezondheidszorgsysteem aangepakt." Ook Jürgen Vanpraet, advocatenkantoor Prator, wees als 'grondwetspecialist staatshervorming' op de huidige versnipperde bevoegdheidsverdeling. Dat bemoeilijkt het centraal stellen van een performant beleid omdat tijd, energie en overheidsmiddelen verloren gaan in de afstemming tussen het federale niveau en de deelstaten. En dus vooronderstelt een toekomstgericht gezondheidsbeleid dat de deelstaten hiervoor eerst de volledige bevoegdheid krijgen. Homogeniseren op deelstaatniveau geniet de voorkeur op herfederaliseren, meent Vanpraet. Noord en zuid hanteren immers uiteenlopende visies die in het verleden trouwens aan de basis lagen van bevoegdheidsoverdrachten. Herfederaliseren is niet wenselijk en niet haalbaar. Bovendien veronderstelt het dat federaal opnieuw een modus vivendi wordt gevonden tussen Nederlands- en Franstaligen (en Brusselaars en Duitstaligen). Vanpraet stond verder ook stil bij de manier waarop vanuit een grondwettelijke invalshoek homogenisering van de gezondheidszorg op deelstaatniveau vorm kan worden gegeven. VAV-bestuurslid en voormalig waarnemend diensthoofd anesthesie UZA, dokter Karel Vermeyen lichtte de verschillen in aanpak en performantie toe tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel. "Ondanks forse uitgaven voor gezondheidszorg behalen we globaal slechts een gemiddeld resultaat", zei hij. Een grote concentratie ziekenhuisbedden en een minder efficiënt gebruik ervan tekent zich af in Brussel. En het aanbod aan zware apparatuur ligt hoger in Wallonië dan in Vlaanderen. "Dezelfde regelgeving", aldus Vermeyen, "heeft dus geleid tot ongelijke implementatie. Er is dus efficiëntiewinst mogelijk." Een analyse van de Riziv-statistieken maakt duidelijk dat de gezondheidszorg in Franstalig België meer gericht is op ziekenhuizen terwijl Vlaanderen vooral inzet op huisartsen met een beter uitgebouwde eerste lijn en thuiszorg. Vermeyen verwees naar een KCE-rapport over performantie van de gezondheidszorg op basis van indicatoren voor 'Health System Performance' (HSPA). HSPA is een door de WGO gebruikte methode om gezondheidssystemen van landen te vergelijken. Uit de HSPA's blijkt dat er in Wallonië en Brussel ruimte voor verbetering is, met name in de domeinen gepastheid van zorg, veiligheid van zorg en zorgcontinuïteit. Gezien de uitdagingen waar we voor staan, de cultuur- en performantieverschillen en gezien de precaire begrotingssituatie is het logisch te evolueren naar een financieringssysteem dat performantie en kwaliteit ondersteunt. "De financiering van de gezondheidszorg splitsen, biedt dus mogelijkheden. Het hoeft geen verlies van solidariteit te betekenen op voorwaarde dat ze transparant georganiseerd wordt en een tijdsdefinitie heeft", stelde Vermeyen. Prof. em. Jan De Maeseneer (faculteit geneeskunde, departement huisartsgeneeskunde UGent) rekent vooreerst op een transparante federale inning van belastingen. "Van daaruit ontvangen de vier deelstaten middelen om zorg, gezondheid en welzijn te organiseren", zei hij. Er zijn op alle niveaus gedeelde gezondheids(zorg)doelstellingen nodig maar uitvoering, organisatie en besteding van de middelen zit bij de vier deelstaten. Op basis van criteria zoals 'schaal', 'efficiëntie' enz. blijven er een aantal federale bevoegdheden zoals de aanpak van epidemieën en rampen, regelgeving voor luchtkwaliteit/geluid/klimaat, veiligheid van de voedselketen enz. De Maeseneer is voorstander van één Nationaal Instituut voor Volksgezondheid dat het KCE, Riziv-data, IMA, FOD-data, Sciensano, FAGG en Ebpracticenet integreert. Federaal blijft ook het Belgian Integrated Health Record (BIHR), een geïntegreerd interprofessioneel dossier per persoon die in België verblijft. Tot slot benadrukte De Maeseneer het toenemende belang van lokale besturen. De spil van operationele zorg zijn de eerstelijnszones ondersteund door ziekenhuisnetwerken en in samenwerking met de sociale sector. Ze krijgen op mesoniveau ondersteuning en de lokale besturen participeren erin. Op microniveau zijn er geïntegreerde interprofessionele netwerken. In zijn slottoespraak verwees VAV-voorzitter dokter Jan Van Meirhaeghe onder meer naar de grondwet. Daarin staat al sedert 1980 dat de Franse en Vlaamse gemeenschap in principe bevoegd zijn voor het gezondheidsbeleid - al zijn er uiteraard veel uitzonderingen. Hij herinnerde aan resolutie nummer 4, unaniem goedgekeurd door het Vlaams Parlement op 3 maart 1999: "op korte termijn" wordt het volledige gezondheidsbeleid overgeheveld naar de deelstaten. Jan Van Meirhaeghe besluit: "Een kwarteeuw later is dit nog altijd niet gerealiseerd. De diagnose en remedie zijn nochtans duidelijk. Het Vlaams Artsen-verbond wil een chirurgische splitsing en afgesproken solidariteit met tijds- limiet. Noem het confederalisme of zelfbestuur, dat is semantiek. Maar we moeten de touwtjes zelf in handen krijgen."