Een studie die Pritchard et al. vorig jaar in the New England Journal of Medicine hebben gepubliceerd, leert dat 11,8% van een groep van niet-geselecteerde patiënten met een gemetastaseerde castratieresistente prostaatkanker kiemcelmutaties vertoont van genen die meespelen bij het herstel van DNA. "Zal ons dat op het spoor zetten van een genetisch onderzoek dat het tumorstadium beter definieert en voorspellende en/of prognostische waarde heeft?", vroeg N. Zaffaroni (Milaan, Italië) zich af. En aangezien je moeilijk de biopsies kunt herhalen bij een gegeven patiënt, wordt veel verwacht van vloeibare biopsies. Die zouden nagenoeg onmiddellijk iets moeten zeggen over de werkzaamheid van de behandeling en over de prognose van de prostaatkanker.

Wat moet je bepalen?

Analyse van het circulerende DNA geeft informatie over de reële inhoud van de tumor, wat dus prognostische waarde heeft, aldus de specialiste. Het bestaan van een mutatie of amplificatie van androgeenreceptoren heeft een prognostische en voorspellende waarde. Analyse van het DNA kan ook andere potentiële targets voor latere behandelingen opleveren. Met zo'n genetisch onderzoek kan je bovendien de dynamiek van de tumor analyseren.

"Ook telling van het aantal circulerende tumorcellen heeft een prognostische waarde." Als je de androgen receptor splice variant-7 (AR-V7) vindt in circulerende tumorcellen, zou dat erop kunnen wijzen dat de tumor in zekere mate resistent is geworden tegen abirateron of enzalutamide. Die cellulaire analyse zou dus ook toegang geven tot andere markers: eiwitten, RNA, DNA, ... "Maar om dergelijke biopsies in de kliniek te kunnen gebruiken, moeten we wel referentiewaarden bepalen."

© updates

Eerst evalueren

De zienswijze van de uroloog, die werd verdedigd door Steven Joniau (KU Leuven), gaat precies in dezelfde zin, ook al omdat ze perfect strookt met de optie actieve surveillance, die al enkele jaren furore maakt. "Actieve surveillance is evenwel enkel geïndiceerd bij patiënten met een laagrisicoprostaatkanker die nog een levensverwachting van meer dan 10 jaar hebben." De ProtecT-studie (1) heeft aangetoond dat de overleving na chirurgie, radiotherapie of actieve surveillance bij die patiënten even goed is", legde S. Joniau uit. In die studie bleek echter een aantal patiënten tijdens actieve surveillance toch tumorprogressie te vertonen. Wie zijn die patiënten?

"Tot voor kort hebben we altijd gedacht dat een verandering van graad en optreden van metastasen een lineair sequentieel schema volgen. Blijkbaar is dat niet zo en moeten we dat vergeten. We weten nu dat een laaggradige kanker ontstaat door vroege differentiatie van de initiële cel en nooit een hooggradige kanker zal worden. Maar de patiënt kan meerdere laaggradige en hooggradige lijnen tegelijkertijd vertonen, die parallel kunnen evolueren."

Dat betekent dat je bij een groot aantal patiënten geen biopsies meer zou moeten uitvoeren. Daarom moet je het risico bij elke patiënt afzonderlijk ramen, bijvoorbeeld door beeldvorming. De PI-RADS-score (Prostate Imaging Reporting and Data System), dat vergelijkbaar is met het scoresysteem dat wordt gebruikt bij een mammografie, kent een score van 1 tot 5 toe aan elk letsel, gaande van het laagste tot het hoogste risico. "Een Gleasonscore zal nooit een ongunstige evolutie kennen bij mannen met een PI-RADS-score van 1 tot 3 en een PSA-dichtheid van 0,15", legde de Leuvense specialist uit. De patiënten met een ongunstige score opsporen blijkt nu gemakkelijker.

Het is de bedoeling de weinige patiënten te identificeren die tijdens een actieve surveillance tumorprogressie vertonen, door middel van beeldvorming en biomarkers.

Naar een speciale sessie op het EAU 2017 "4th ESO Prostate Cancer Observatory: Innovation and care in the next 12 months".

  1. Hamdy FC et al. 10-Year Outcomes after Monitoring, Surgery, or Radiotherapy for Localized Prostate Cancer. N Engl J Med 2016; 375: 1415-1424
  2. VanderWeele DJ et al. Low-grade prostate cancer diverges early from high grade and metastatic disease. Cancer Sci. 2014 Aug; 105(8): 1079-85.
Een studie die Pritchard et al. vorig jaar in the New England Journal of Medicine hebben gepubliceerd, leert dat 11,8% van een groep van niet-geselecteerde patiënten met een gemetastaseerde castratieresistente prostaatkanker kiemcelmutaties vertoont van genen die meespelen bij het herstel van DNA. "Zal ons dat op het spoor zetten van een genetisch onderzoek dat het tumorstadium beter definieert en voorspellende en/of prognostische waarde heeft?", vroeg N. Zaffaroni (Milaan, Italië) zich af. En aangezien je moeilijk de biopsies kunt herhalen bij een gegeven patiënt, wordt veel verwacht van vloeibare biopsies. Die zouden nagenoeg onmiddellijk iets moeten zeggen over de werkzaamheid van de behandeling en over de prognose van de prostaatkanker.Wat moet je bepalen?Analyse van het circulerende DNA geeft informatie over de reële inhoud van de tumor, wat dus prognostische waarde heeft, aldus de specialiste. Het bestaan van een mutatie of amplificatie van androgeenreceptoren heeft een prognostische en voorspellende waarde. Analyse van het DNA kan ook andere potentiële targets voor latere behandelingen opleveren. Met zo'n genetisch onderzoek kan je bovendien de dynamiek van de tumor analyseren. "Ook telling van het aantal circulerende tumorcellen heeft een prognostische waarde." Als je de androgen receptor splice variant-7 (AR-V7) vindt in circulerende tumorcellen, zou dat erop kunnen wijzen dat de tumor in zekere mate resistent is geworden tegen abirateron of enzalutamide. Die cellulaire analyse zou dus ook toegang geven tot andere markers: eiwitten, RNA, DNA, ... "Maar om dergelijke biopsies in de kliniek te kunnen gebruiken, moeten we wel referentiewaarden bepalen."Eerst evaluerenDe zienswijze van de uroloog, die werd verdedigd door Steven Joniau (KU Leuven), gaat precies in dezelfde zin, ook al omdat ze perfect strookt met de optie actieve surveillance, die al enkele jaren furore maakt. "Actieve surveillance is evenwel enkel geïndiceerd bij patiënten met een laagrisicoprostaatkanker die nog een levensverwachting van meer dan 10 jaar hebben." De ProtecT-studie (1) heeft aangetoond dat de overleving na chirurgie, radiotherapie of actieve surveillance bij die patiënten even goed is", legde S. Joniau uit. In die studie bleek echter een aantal patiënten tijdens actieve surveillance toch tumorprogressie te vertonen. Wie zijn die patiënten? "Tot voor kort hebben we altijd gedacht dat een verandering van graad en optreden van metastasen een lineair sequentieel schema volgen. Blijkbaar is dat niet zo en moeten we dat vergeten. We weten nu dat een laaggradige kanker ontstaat door vroege differentiatie van de initiële cel en nooit een hooggradige kanker zal worden. Maar de patiënt kan meerdere laaggradige en hooggradige lijnen tegelijkertijd vertonen, die parallel kunnen evolueren." Dat betekent dat je bij een groot aantal patiënten geen biopsies meer zou moeten uitvoeren. Daarom moet je het risico bij elke patiënt afzonderlijk ramen, bijvoorbeeld door beeldvorming. De PI-RADS-score (Prostate Imaging Reporting and Data System), dat vergelijkbaar is met het scoresysteem dat wordt gebruikt bij een mammografie, kent een score van 1 tot 5 toe aan elk letsel, gaande van het laagste tot het hoogste risico. "Een Gleasonscore zal nooit een ongunstige evolutie kennen bij mannen met een PI-RADS-score van 1 tot 3 en een PSA-dichtheid van 0,15", legde de Leuvense specialist uit. De patiënten met een ongunstige score opsporen blijkt nu gemakkelijker.Het is de bedoeling de weinige patiënten te identificeren die tijdens een actieve surveillance tumorprogressie vertonen, door middel van beeldvorming en biomarkers.Naar een speciale sessie op het EAU 2017 "4th ESO Prostate Cancer Observatory: Innovation and care in the next 12 months".