De uiteenzetting van prof. Vanessa Smith is het onderwerp van een video-interview. We nodigen u uit om dat te bekijken.

Het onderzoek dat G. Moroncini heeft gepresenteerd, was even interessant. In eerdere studies werden één of meer specifieke epitopen gericht tegen PDGFRα ontdekt die worden herkend door autoantistoffen bij patiënten met sclerodermie. Die epitopen of veeleer de peptiden van die epitopen worden herkend door IgG in het bloed van patiënten met sclerodermie, maar niet bij de controlepersonen.

Een betere selectie van de patiënten

De Italiaanse specialist verklaarde: "Ik geraakte gefrustreerd door de snelle achteruitgang van die patiënten en omdat ik niets had kunnen doen, terwijl andere patiënten die werden behandeld met krachtige geneesmiddelen, belangrijke bijwerkingen ontwikkelden door de zware behandeling. De eerste patiënten werden onvoldoende behandeld en de laatste te veel. Daarom hebben we gezocht naar een nieuwe test om het optreden van een zeer actieve ziekte te voorspellen." Die test houdt geen rekening met een beperkte of diffuse ziekte. "We hebben onze test gebruikt om prospectief patiënten met sclerodermie op te sporen." Volgens de gegevens die ze al hebben verzameld, kan je met die test patiënten met een actieve ziekte onderscheiden van patiënten met een inactieve ziekte. Er waren echter nog geen gegevens over vroege opsporing van de ziekte.

De Italianen hebben daarom een prospectief onderzoek uitgevoerd bij 25 patiënten (12 met een beperkte ziekte en 13 met een diffuse sclerodermie). Aan de hand van catalogussen van een almaar kleiner aantal almaar specifiekere peptiden hebben ze een immunodominante epitoop ontdekt waarmee je patiënten met sclerodermie kan onderscheiden van patiënten zonder sclerodermie. Ze hebben ook kunnen aantonen dat je met die epitoop ook patiënten met een actieve, progressieve sclerodermie kan onderscheiden van patiënten met een veeleer sluimerende sclerodermie. Die test is dus efficiënt. G. Moroncini erkent evenwel dat "de test nog moet worden gevalideerd door andere groepen bij een groter aantal patiënten." Hij blijkt bovendien vrij duur te zijn.

Moleculaire beeldvorming

Een groep uit Zurich heeft een andere test ontwikkeld om de evolutie van pulmonale interstitiële sclerose bij een aantal patiënten te evalueren. Vorig jaar heeft diezelfde groep al melding gemaakt van een radiotracer die specifiek gericht is tegen integrine alfavbèta3. Met een SPECT met die radiotracer kon longaantasting worden aangetoond in een muizenmodel. Dit jaar zijn de vorsers nog verder gegaan met andere preklinische modellen van de ziekte. Bij sclerodermiepatiënten met longaantasting hebben ze een verhoogde expressie van de type bèta-foliumzuurreceptor op macrofagen en van integrine op heel wat andere celtypes vastgesteld. Met die moleculaire beeldvormingstechniek kan je dus een onderscheid maken tussen ontstekingsletsels in de longen en longfibrose. Met de klinische test die routinegewijs wordt gebruikt, kan je dat onderscheid niet maken.

Het onderzoek vordert dus met rasse schreden, wat ons een beter inzicht zal geven in de pathogenese van sclerodermie en ook de behandeling van de patiënten zal verbeteren.

Moroncini G et al. Development of a novel epitope-based diagnostic assay for systemic sclerosis. EULAR 2017 Abstract #OP0031

Schbiering J et al. Molecular targeted imaging biomarkers for personalized medicine strategies in systemic sclerosis-related interstitial lung disease. EULAR 2017 Abstract #OP0083