Prof. Østensen heeft vooral gesproken over de mogelijke impact van de behandeling op de mannelijke vruchtbaarheid. Er is veel gepubliceerd over het effect van de behandeling op de vruchtbaarheid van vrouwen, maar over het effect bij mannen is er veel minder te vinden in de literatuur. De belangrijkste informatie betreft conventionele synthetische DMARD's. Er zijn nog geen stevige gegevens over biologische DMARD's en gerichte geneesmiddelen. Methotrexaat in een dosering van 5 tot 25 mg per week blijkt geen negatieve invloed te hebben op de spermatogenese. Volgens sommige studies kan methotrexaat in lage dosering bij mannen met psoriatische artritis zeer negatieve invloed hebben op de kwaliteit van het sperma, maar volgens de Noorse ervaring gebeurt dat toch maar zelden. Toediening van cyclofosfamide daarentegen aan jongvolwassenen of kinderen met systemische lupus erythematosus, vasculitis of andere ontstekingsziekten heeft zeer negatieve, dosisgebonden invloed op de gonaden: daling van het aantal spermatozoa, azoöspermie, een lage testosteronspiegel, een lage inhibine B-spiegel en een stijging van de FSH-concentratie. Een cumulatieve dosering van meer dan 7,5 g/m² dreigt een permanente onvruchtbaarheid op volwassen leeftijd te veroorzaken.

Sulfasalazine tot slot kan een tijdelijke onvruchtbaarheid veroorzaken, maar de kwaliteit van het sperma wordt weer normaal binnen gemiddeld 1-3 maanden na stopzetting van de behandeling. Naast de behandeling moet je ook rekening houden met de psychische weerslag van een ernstige, zeer actieve ziekte, die gezien de symptomen en de handicap kan leiden tot een depressie en/of veralgemeende angst en die laatste kunnen zeer negatieve weerslag hebben op de seksualiteit en het verlangen van de patiënten.

Prof. Østensen had twee belangrijke boodschappen voor ons.

Ten eerste, trek altijd tijd uit om de patiënten en zeker jongvolwassenen goed in te lichten over de bijwerkingen, het effect van de behandeling op hun vruchtbaarheid en de opties in geval van vaderschapswens en leg uit wat ze kunnen doen om afwijkingen van de vruchtbaarheid te voorkomen. Ten tweede, probeer de ziekteactiviteit en de symptomen zo goed mogelijk onder controle te brengen om de psychische gevolgen van de pijn en de functionele stoornissen op het seksuele leven van de patiënten tegen te gaan.

Ref.: Østensen M. et al. Abstract SP0150, EULAR 2019, Madrid.