De FRAME-studie (Fracture Study in Postmenopausal Women with Osteoporosis) is een internationale, gerandomiseerde (1-1-verhouding), gedeeltelijk dubbelblinde, placebogecontroleerde studie van in het totaal 24 maanden die de sequentiële werking van romosozumab gedurende 12 maanden gevolgd door denosumab gedurende 12 maanden heeft onderzocht bij gemenopauzeerde vrouwen van 55 tot 90 jaar met een T-score van de totale heup of de femurhals van -3,5 tot -2,5.

Tijdens de eerste 12 maanden kregen de patiënten hetzij romosozumab (210 mg s.c. een keer per maand), dat de botaanmaak stimuleert door remming van het eiwit dat de botaanmaak blokkeert, of een overeenstemmende placebo. Daarna kregen alle patiënten in een open studie denosumab (60 mg s.c. één keer per maand). Denosumab remt de botresorptie.

Tijdens de twee fasen van de studie kregen de patiënten tevens calcium- en vitamine D-supplementen. De 2 primaire eindpunten waren de cumulatieve incidentie van optreden van een nieuwe wervelfractuur na 12 en na 24 maanden.

Piet Geusens heeft de resultaten gepresenteerd tijdens de eerste officiële persconferentie op het congres van de EULAR 2017.

6390 (89,0%) van de 7180 vrouwen konden worden geanalyseerd na 12 maanden en 6026 (83,9%) na 24 maanden.

Na de eerste 12 maanden behandeling was de waarschijnlijkheid van een nieuwe wervelfractuur significant lager (- 73%) in de romosozumabgroep dan in de placebogroep: respectievelijk n = 16/3321 (0,5%) en n = 59/3322 (1,8%) (p < 0,001). In een subgroep van 126 vrouwen werd een stijging van de botdichtheid met 13,3% gemeten bij de 65 vrouwen van de romosozumabgroep, terwijl die bij de 61 vrouwen van de placebogroep niet was veranderd (figuur 1).

In de romosozumabgroep werden 3 (0,1%) nieuwe symptomatische, klinische wervelfracturen geregistreerd binnen 2 maanden na het begin van de behandeling; in de placebogroep zijn over verloop van 12 maanden 17 fracturen (0,5%) opgetreden, dus een relatieve risicoverhouding van 83% (p = 0,001).

Na 24 maanden, nadat alle patiënten denosumab gedurende 12 maanden hadden gekregen (figuur 2), was het aantal wervelfracturen nog altijd significant lager (- 75%) bij de patiënten die aanvankelijk romosozumab hadden gekregen, dan bij de patiënten die aanvankelijk een placebo hadden gekregen, respectievelijk n = 21/3325 (0,6%) en = 84/3327 (2,5%) (p < 0,001). De wervelfracturen bij de vrouwen in de romosozumabgroep zijn vooral opgetreden tijdens de eerste maanden van de eerste periode van 12 maanden en dat aantal is daarna weinig gestegen (16 ® 21). In de groep die aanvankelijk een placebo had gekregen, bleef het aantal fracturen stijgen tijdens de denosumabperiode (59 ® 84).

Te onthouden

Bij vrouwen met postmenopauzale osteoporose verminderde een behandeling met romosozumab gedurende 12 maanden het risico op wervelfracturen (- 73%) en klinische wervelfracturen (- 83%) sterk en snel in vergelijking met de placebo. In de romosozumabgroep zijn slechts enkele klinische wervelfracturen (n = 3) opgetreden, alle tijdens de eerste 2 maanden van de behandeling.