Meerdere studies met gesofisticeerde beeldvormingsonderzoeken hebben duidelijk aangetoond dat tenosynovitis een constante is bij een ernstige artrose van de handen en dus een belangrijke oorzaak is van pijn en beschadiging van de structuur van het onderliggende bot. Die tenosynovitis is dan ook een interessante therapeutische target bij patiënten met artrose van de handen. En is er een betere behandeling voor een chronisch, agressief ontstekingsproces dan toediening van corticosteroïden? Bij gebrek aan stevige klinische gegevens en uit angst voor de vele, vaak ernstige bijwerkingen worden corticosteroïden niet vermeld in de richtlijnen voor de behandeling van pijn bij artrose van de handen. Daarom heeft een groep Nederlandse vorsers de HOPE-studie op touw gezet. Die gerandomiseerde, placebogecontroleerde, dubbelblinde studie werd uitgevoerd bij 92 patiënten van gemiddeld 64 jaar, overwegend (80%) vrouwen met een pijnlijke artrose van de handen (volgens de criteria van het ACR) en radiologische tekenen van tenosynovitis.

De patiënten werden in twee even grote groepen ingedeeld: een groep kreeg een placebo en de andere prednisolon 10 mg/d gedurende 6 weken, waarna de dosering geleidelijk werd stopgezet gedurende twee weken, met daarna een follow-up van zes weken zonder behandeling. Dagelijkse toediening van prednisolon in een lage dosering verbeterde niet alleen significant de pijnscores (VAS en AUSCAN pain), maar verbeterde ook significant de werking van de handen (AUSCAN function en FIHOA). Een echografie wees op een verbetering van de ontsteking van het gewrichtsvlies.

Ref.: Kroon F. et al. Abstract OP0180, EULAR 2019, Madrid, 13/06/2019.