...

Dat tonen de data van een prospectief Amerikaans onderzoek dat gedurende 10-18 jaar ongeveer 138.000 mannen en vrouwen volgde, bij wie aan het begin van het onderzoek geen klinische diagnose van OSA was gesteld. Recreatieve fysieke activiteit (gekwantificeerd als metabole equivalent/MET-uren/week) en zittijd besteed aan tv-kijken en op het werk/buitenshuis werden om de 2-4 jaar beoordeeld door middel van vragenlijsten. Door een arts gediagnosticeerde OSA werd geïdentificeerd via gevalideerde zelfrapportering. Over de volledige studieperiode werden in totaal 8.733 incidentele OSA-gevallen gedocumenteerd. Na correctie voor mogelijke confounders was de gepoolde HR voor OSA waarbij deelnemers met ≥36,0 en <6,0 MET-uren/week fysieke activiteit met elkaar werden vergeleken 0,46 (95% CI: 0,43-0,50; p <0,001). De gecorrigeerde HR was 1,78 (95% CI: 1,60-1,98; p<0,001) voor deelnemers die ≥28,0 uren/week zittend tv-kijken in vergelijking met <4,0 uren/week. Voor een vergelijkbaar aantal zituren op het werk/buitenshuis was de HR 1,49 (95% CI 1,38-1,62, p<0,001). Na bijkomende correctie voor metabole factoren, waaronder BMI en middelomtrek, waren de associaties met fysieke activiteit en zituren op het werk/buitenshuis verminderd maar nog steeds significant (p <0,001), terwijl de associatie met uren zittend tv-kijken niet langer statistisch significant was (p =0,18). De auteurs besluiten dat hun resultaten aangeven dat het bevorderen van een actieve levensstijl een preventieve maat is die de incidentie van OSA kan verminderen.Bron: Liu Y, Yang L, Stampfer MJ, Redline S, Tworoger SS, Huang T. Physical activity, sedentary behavior, and incidence of obstructive sleep apnea in three prospective US cohorts. Eur Respir J. 2021 Jul 21:2100606. doi: 10.1183/13993003.00606-2021. Epub ahead of print. PMID: 34289976.