...

Er werd reeds gesuggereerd dat de behandelingsrespons op inhalatiecorticosteroïden (ICS) mogelijk beïnvloed wordt door het aantal eosinofielen in het bloed en tabaksgebruik.Deze mogelijke verbanden werden nu verder onderzocht binnen de IMPACT-studie. Deelnemers hadden matige tot zeer ernstige COPD en ten minste één matige of ernstige exacerbatie in het laatste jaar. In de fase 3 IMPACT-studie werd een eenmaal daagse triple therapie in één inhaler (fluticasonfuroaat-umeclidinium-vilanterol) vergeleken met een duale inhalatietherapie (fluticasonfuroaat-vilanterol of umeclidinium-vilanterol). Voor behandelingen die ICS bevatten (fluticasonfuroaat-umeclidium-vilanterol, n = 4.151 en fluticasonfuroaat-vilanterol, n = 4.143) versus een non-ICS duale langwerkende bronchodilator (umeclidinium-vilanterol, n = 2.070), stelde men vast dat het verminderen van het aantal matige en ernstige exacerbaties proportioneel toenam met de eosinofielentelling in het bloed. Bij een eosinofielentelling in het bloed van minder dan 90 cellen per µl en bij tellingen van 310 cellen per µl of hoger, was de ratio voor matige en ernstige exacerbatie voor triple therapie versus umeclidinium-vilanterol respectievelijk 0,88 en 0,56. Voor fluticasonfuroaat-vilanterol versus umeclidinium-vilanterol vond men 1,09 en 0,56 respectievelijk. Wanneer rokers vergeleken werden met ex-rokers, was de corticosteroïdenrespons bij ex-rokers hoger bij elke eosinofielentelling. Deze bevindingen benadrukken het potentieel van eosinofielentelling in het bloed en de rookgeschiedenis, om gebruik van inhalatiecorticosteroïden in de klinische praktijk bij COPD-patiënten met een voorgeschiedenis van exacerbaties te optimaliseren.Pascoe et al. Blood eosinophils and treatment response with triple and dual combination therapy in chronic obstructive pulmonary disease: Analysis of the IMPACT trial. The Lancet Respiratory Medicine. September 2019. doi: 10.1016/S2213-2600(19)30190-0.