Aan het universitaire ziekenhuis dat afhangt van de faculteit geneeskunde in Hannover, worden 300 volwassen patiënten met bronchiëctasieën jaarlijks gevolgd. 21 patiënten (7%) hadden meer dan 300 eosinofiele granulocyten/mm³. De onderzoekers hebben 15 van die patiënten behandeld met mepolizumab, een monoklonale antistof tegen IL-5, op grond van drie criteria van ernst: hoog aantal exacerbaties, geringe levenskwaliteit en sterke corticosteroïdafhankelijkheid. Op het congres werden de resultaten gepresenteerd over 12 patiënten van wie gegevens over een follow-up na drie en zes maanden behandeling beschikbaar waren.

Na zes maanden follow-up was het mediane aantal eosinofiele granulocyten in het bloed gedaald van 1.000 tot 100/mm³, dus een daling met 90%. Het jaarlijkse aantal exacerbaties is gedaald van drie tot een per jaar. De patiënten klaagden niet meer van dyspneu en vonden dat hun levenskwaliteit met 60% verbeterd was.

Zes maanden na het starten van mepolizumab waren de drie criteria van ernst, op grond waarvan de onderzoekers een behandeling met de IL-5-antagonist waren gestart, sterk verbeterd. Die eerste, interessante resultaten moeten nu door aanvullende onderzoeken worden bevestigd.

Ref.: Rademacher J. et al. OA3265, ERS 2018, Parijs.