De BACE-studie werd uitgevoerd bij 301 COPD-patiënten die in het ziekenhuis werden opgenomen wegens een acute exacerbatie. De patiënten werden willekeurig in twee groepen ingedeeld. Eén groep kreeg naast een behandeling met corticoïden en gerichte antibiotica azitromycine (500 mg/d gedurende drie dagen) en daarna verder in een dosering van 250 mg om de twee dagen gedurende drie maanden en de andere een placebo.

De totale follow-up bedroeg negen maanden, dus tot zes maanden na stopzetting van azitromycine. Voor die studie heeft de Leuvense groep een nieuw evaluatiecriterium gebruikt, meer bepaald de tijd tot falen van de behandeling, een samengesteld eindpunt van intensivering van de medicamenteuze behandeling of van de behandeling in het ziekenhuis, een nieuwe ziekenhuisopname wegens respiratoire problemen of overlijden ongeacht de doodsoorzaak.

Na drie maanden was de frequentie van optreden van een van de items van het primaire eindpunt die wezen op een mislukking van de behandeling, 27% lager: 49% versus 60% in de placebogroep. Bij analyse van de afzonderlijke items van het samengestelde eindpunt hebben de onderzoekers een significante daling vastgesteld van het aantal patiënten waarbij de medicamenteuze behandeling (respectievelijk 47% en 60%) en de behandeling in het ziekenhuis (respectievelijk 13% en 28%) dienden te worden geïntensiveerd.

Ook de totale sterfte was lager: respectievelijk 2% en 4%, maar het verschil was niet statistisch significant. Zes maanden na stopzetting van azitromycine werd echter geen significant verschil in de onderzochte evaluatiecriteria meer vastgesteld.

Ref: Janssens W. et al. OA1654, Ers 2018, Parijs.