De onderzoekers hebben twee groepen MS-patiënten geselecteerd aan de hand van twee Deense nationale cohortes van elk meerdere duizenden patiënten. Enerzijds een groep patiënten die snel werden behandeld, d.w.z. binnen twee jaar na het verschijnen van de eerste kenmerkende symptomen van MS, en anderzijds een groep patiënten bij wie de behandeling later werd gestart, twee tot acht jaar na de eerste symptomen. Het aantal patiënten dat na een follow-up van tien jaar een EDSS-score van 6 vertoonde, was 28% hoger bij de patiënten bij wie de behandeling laat was gestart, dan bij de patiënten die snel waren behandeld. Het resultaat verschilde echter naargelang het geslacht.

Als de behandeling laat werd gestart, steeg het risico op een EDSS-score van 6 na tien jaar met 38% bij vrouwen en slechts met 9% bij mannen. Er was geen verschil in sterfte tussen de twee groepen. Als de behandeling laat wordt gestart, zal de handicap sneller toenemen tot een EDSS-score van 6 dan als de behandeling snel wordt gestart, en meer nog bij vrouwen dan bij mannen. De sterfte neemt echter niet toe als de behandeling later wordt gestart.

Ref.: Chalmer T. et al. Abstract S8-007, AAN 2018, Los Angeles, 22/04/2018.