Beeldvorming door magnetische kernspinresonantie (MRI) is bijzonder waardevol bij multiple sclerose. Met een MRI kan je de diagnose stellen, de ernst ervan ramen, de evolutie ervan volgen, de therapeutische indicaties definiëren en de respons op de behandeling evalueren. Wat is de respectieve waarde van een MRI van de hersenen en een MRI van het ruggenmerg? Een MRI van het ruggenmerg wordt aanbevolen in het kader van het diagnostische beleid, maar sommigen vinden dat je niet stelselmatig een MRI van het ruggenmerg moet aanvragen tijdens de follow-up.

Doelstellingen en methode

De studie, die werd gepresenteerd door S. Ruggieri (Rome, Italië), had een dubbele doelstelling: de frequentie van ontstekingsactiviteit in het ruggenmerg evalueren (gedefinieerd als letsels die aankleuren na injectie van gadolinium) en nagaan of het ruggenmerg ontstekingsverschijnselen kan vertonen los van de inflammatoire activiteit in de hersenen.

De auteurs zijn voor hun retrospectieve onderzoek uitgegaan van een register. Inclusiecriteria waren: diagnose van multiple sclerose volgens de McDonald-criteria en gegevens van beeldvorming van de hersenen en het ruggenmerg op twee verschillende tijdstippen met een tussenpoos van minstens 60 dagen. Inflammatoire activiteit werd gedefinieerd als aanwezigheid van minstens één letsel dat aankleurde na injectie van gadolinium. Een klinisch recidief werd gedefinieerd als een recidief dat is opgetreden binnen 30 dagen na het vaststellen van Gd+ letsels.

Het ging overwegend om patiënten met een relapsing-remitting multiple sclerose. Gemiddeld bestond de MS al zes jaar en de gemiddelde EDSS-score was 2.

Resultaten

De onderzoekers hebben de resultaten van 5.717 onderzoeken doorgenomen. Bij 4.537 (79,3%) onderzoeken waren er geen gadoliniumpositieve letsels te zien. Bij 651 (55,1%) van de overige 1.180 onderzoeken waren enkel actieve letsels in de hersenen te zien en bij 232 (19,7%) waren er actieve letsels zowel in de hersenen als in het ruggenmerg. Bij 297 (25,2%) onderzoeken waren enkel in het ruggenmerg gadoliniumpositieve letsels te zien. Bij 123 van de 297 patiënten correleerden die letsels met een klinisch recidief.

De studie toont dus aan dat ontstekingsactiviteit in het ruggenmerg niet alleen frequent is en dat bij een kwart van de onderzoeken enkel ontstekingsactiviteit in het ruggenmerg te zien is. Als je bij de follow-up van de patiënten enkel een MRI van de hersenen aanvraagt, dreig je dus de ontstekingsactiviteit te onderschatten. Door ook een beeldvormingsonderzoek van het ruggenmerg aan te vragen, zou je het therapeutische beleid kunnen optimaliseren en zou je, zo nodig, een krachtigere behandeling kunnen voorschrijven. "We gaan nu de demografische kenmerken en de klinische variabelen evalueren die correleren met enkel ontstekingsactiviteit in het ruggenmerg. We zullen ook nagaan bij welke patiënten gadoliniumpositieve letsels in het ruggenmerg niet samenhangen met een klinisch recidief", concludeerde S. Ruggieri.

S. Ruggieri et al., Abstract O 332, 4th Congress of the European Academy of Neurology, Lissabon, juni 2018.