De auteurs hebben retrospectief de klinische en economische gegevens doorgenomen van alle patiënten met multipele sclerose in het graafschap Kent, Engeland, die werden behandeld met ziektemodificerende geneesmiddelen. Tijdens de periode 2009-2017 werden zowat 1400 patiënten behandeld in de verschillende ziekenhuizen in die streek van Kent. 42% van de patiënten vertoonde een relapsing remitting MS (RRMS), van wie 65% werd behandeld met ziektemodificerende geneesmiddelen.

Tussen 2009 en 2017 is het aantal patiënten met een RRMS dat werd behandeld met ziektemodificerende geneesmiddelen, met 118% gestegen. Het therapeutische beleid bij RRMS is in die periode inderdaad ingrijpend veranderd. Het gebruik van injecteerbare geneesmiddelen is sterk verminderd: zo is het jaarlijkse percentage voorschriften voor interferon gedaald van 58% in 2009 tot 18,5% in 2017. Het jaarlijkse percentage voorschriften voor glatirameeracetaat is in die periode, in minder dan 10 jaar dus, gedaald van 42,8% tot 18%. Het aantal voorschriften voor monoklonale antistoffen daarentegen is indrukwekkend gestegen: van 4,5% naar 21,3% per jaar, dus een vervijfvoudiging.

Die wijziging van het therapeutische beleid heeft uiteraard financiële gevolgen: zo zijn de jaarlijkse kosten van een behandeling met ziektemodificerende geneesmiddelen per patiënt verdubbeld. Parallel daarmee zijn de totale jaarlijkse kosten voor de behandeling van patiënten met een RRMS in de streek van Kent tussen 2009 en 2017 verdrievoudigd. Volgens de onderzoekers is de stijging van de totale jaarlijkse kosten voor de behandeling toe te schrijven aan enerzijds de hogere kosten voor de behandeling en anderzijds aan een sterke stijging van het aantal patiënten dat wordt behandeld, doordat de diagnostische criteria werden uitgebreid en zijn verbeterd. We behandelen dus meer patiënten en we behandelen die beter, wat wijst op een positieve evolutie bij de behandeling van RRMS.

Ref.: Zarkali A. et al. P400, ECTRIMS 2017, Parijs.