De resultaten van de EXPAND-studie, een placebogecontroleerde fase 3-studie met siponimod, werden gepresenteerd op het laatste congres van de American Academy of Neurology. Siponimod oefent invloed uit op de sfingosine-1-fosfaatreceptoren en heeft een immunomodulerende werking.

De studie werd uitgevoerd bij 1.651 patiënten met een secundair progressieve MS in 31 landen. De patiënten werden behandeld met siponimod 2 mg/d of een placebo. De demografische en klinische kenmerken van de twee groepen waren vergelijkbaar. Het primaire eindpunt was een toename van de handicap. Alle patiënten hadden een EDSS-score van 3 tot 6,5. Na drie maanden was het risico op verergering van de handicap 21% lager in de siponimodgroep. Na zes maanden was het verschil 26%.

Het geannualiseerde aantal relapsen was 55,5% lager bij de patiënten die siponimod kregen. De gegevens over de veiligheid zijn geruststellend: de incidentie van bijwerkingen in de siponimodgroep was al met al vergelijkbaar met die in de placebogroep.

En bij beeldvorming

Robert Fox (Cleveland, OH, VS) heeft op het congres van het ECTRIMS een update gepresenteerd van de resultaten over de evaluatie van de letsels bij MRI (een secundair eindpunt). Daarbij hebben ze gekeken naar veranderingen van het volume van de letsels op de T2-gewogen beelden, het aantal GD+ letsels op T1-gewogen beelden, het aantal nieuwe letsels of een toename van de nieuwe letsels en de percentuele inkrimping van het hersenvolume.

De resultaten bij beeldvormingsonderzoek zijn indrukwekkend. Na 12 maanden bedroeg het volume van de letsels 205 mm3 in de behandelde groep en 818 mm³ in de placebogroep, dus een verschil van 75%. Na 24 maanden was het volume verminderd tot 165 mm³ in de eerste groep en toegenomen tot 940 mm³ in de placebogroep, een verschil van 83%. Bij een per-protocolanalyse was het verschil 85% na een jaar en 94% na twee jaar. Bij analyse volgens het principe van intentie tot behandelen verlaagde siponimod het aantal Gd+ letsels op T1-gewogen beelden met 87% na 12 maanden en met 82% na 24 maanden. Bij een per-protocolanalyse was dat respectievelijk 91% en 88%.

Onweerlegbare werkzaamheid

In de totale patiëntengroep was het aantal nieuwe letsels of de toename ervan op de T2-gewogen beelden met 73% verminderd na een jaar en met 86% na twee jaar. Bij een per-protocolanalyse was dat respectievelijk 78% en 90%. Het hersenvolume tot slot was veel minder gekrompen bij een per-protocolanalyse dan bij analyse volgens het principe van intentie tot behandelen. Het verschil was 48% na 12 maanden en 31% na 24 maanden.

Robert Fox "Siponimod vermindert de letsels bij MRI significant, vertraagt het verlies van hersensubstantie na 12 maanden bij patiënten met een secundair progressieve MS en het verschil blijft gehandhaafd na 24 maanden. Die gunstige effecten worden waargenomen in alle behandelingsgroepen. De gunstige effecten die werden waargenomen bij de presentatie van de eerste resultaten, en de positieve effecten op het hersenvolume wijzen erop dat siponimod het hersenweefsel beschermt."

Fox R et al. Effects of siponimod on MRI outcomes in patients with secondary progressive multiple sclerosis: results of the phase 3 EXPAND study. ECTRIMS 2017.