Lorscheider et coll. bespreken in hun recente publicatie een objectieve definitie van secundair progressieve MS. Er circuleren een tiental definities. De beste is wellicht een na drie maanden bevestigde stijging van de EDSS-score met minstens één punt in geval van een EDSS-score van 5,5 of lager of een stijging met minstens een half punt in geval van een EDSS-score hoger dan 5,5 zonder relaps en vereist een EDSS-score ≥ 4 en een piramidale score ≥ 2. "Hopelijk zal er zo een einde komen aan de veelheid aan definities", legde Will Brown (Cambridge, Verenigd Koninkrijk) uit.

Brown et coll. hebben de gegevens geanalyseerd die werden verzameld in het internationale MSBase-register, om na te gaan of immunomodulatoren conversie naar een secundair progressieve MS tegengaan, om verschillen in effectiviteit tussen de verschillende immunomodulatoren op te sporen en om na te gaan of de duur van immunosuppressie invloed heeft op conversie naar een secundair progressieve MS.

Behandelen is zeker beter

De studie werd uitgevoerd bij patiënten die gedurende minstens vier jaar waren behandeld met één enkel injecteerbaar immunomodulerend middel, en patiënten die niet werden behandeld. De patiënten werden gematcht qua leeftijd, geslacht, aantal relapsen, EDSS-score, ziekteduur, percentage van de tijd in behandeling enz.

Het risico op conversie naar een secundair progressieve MS was 64% lager bij de behandelde patiënten dan bij de niet-behandelde patiënten (HR = 0,362; 95% BI: 0,217-0,602; p < 0,001). De mate van daling verschilde van geneesmiddel tot geneesmiddel. Bijvoorbeeld een daling met 62% met fingolimod en met 40% met natalizumab in eenzelfde populatie van vrouwelijke patiënten. De vorsers hebben dan de gegevens over fingolimod, natalizumab en alemtuzumab, de doeltreffendste geneesmiddelen, samengevoegd en vergeleken met de gegevens over andere "injecteerbare" behandelingen. Het verschil bedroeg 34% (HR = 0,661; 95% BI: 0,44-0,992; p = 0,046), wat toch opmerkelijk is.

Best snel behandelen

Daarna hebben ze de prognose geëvalueerd als de patiënt werd behandeld minder dan vijf jaar voor of binnen vijf jaar na de eerste relaps. Bij de vrouwen was de overleving zonder secundair progressieve MS hoger als ze een injecteerbare behandeling hadden gekregen tijdens de laatste vijf jaar voor de relaps, dan als ze een behandeling hadden gekregen tijdens de eerste vijf jaar na de relaps. Het verschil (33%) was significant (p = 0,002). Het verschil tussen de patiënten die een behandeling hadden gekregen tijdens de laatste vijf jaar voor de relaps, en de niet-behandelde patiënten bedroeg 73,5% (p < 0,001). Het verschil tussen de patiënten die pas werden behandeld na de eerste relaps, en de niet-behandelde patiënten bedroeg nog maar 33% (p = 0,003).

De vorsers hebben die oefening dan overgedaan met de doeltreffendste geneesmiddelen (zie hoger). Het risico op secundair progressieve MS was 20% lager (p < 0,001) als de behandeling vroeger werd gegeven, dan als de behandeling later werd gegeven.

Voor Will Brown et coll. staat het dan ook buiten kijf dat een behandeling het risico op conversie naar een secundair progressieve MS verlaagt. Het risico is nog lager bij patiënten die worden behandeld met fingolimod, natalizumab of alemtuzumab dan bij patiënten die een andere behandeling krijgen. Patiënten die snel worden behandeld (binnen vijf jaar) brengen het er ook beter van af dan patiënten die later worden behandeld, ongeacht het type behandeling.

Brown W et al. The effect of disease-modifying treatments on conversion to secondary progressive multiple sclerosis. ECTRIMS 2017.