De studie werd uitgevoerd bij bijna 200 demente volwassenen van wie één of beide ouders aan de ziekte van Alzheimer leden/hadden geleden. De vorsers hebben onderzocht op welke leeftijd de symptomen van dementie zijn begonnen bij de patiënten naargelang de familiaire voorgeschiedenis. Als één van beide ouders dementie had gehad, begonnen de symptomen vroeger bij hun nakomelingen (gemiddeld 6,1 jaar vroeger) dan bij henzelf. Als beide ouders dementie hadden gehad (dat was het geval bij 11% van de patiënten van de studie), traden de eerste symptomen nog vroeger op: gemiddeld 12,7 jaar vroeger dan bij de ouders.

De auteurs hebben verder de risicofactoren voor dementie onderzocht bij de patiënten van wie ook de ouders dement waren geworden. Na analyse van een hele rist factoren zijn de auteurs tot de conclusie gekomen dat niet-erfelijke risicofactoren voor ongeveer een derde meespelen bij het optreden van dementie bij de nakomelingen. Bij de patiënten die veel alcohol dronken, waren de symptomen vroeger aanwezig dan bij hun ouders.

Aanwezigheid van genen die meespelen bij dementie, hypertensie en een vroeg begin van de dementie bij de ouders daarentegen voorspelden een later begin bij de afstammelingen met familiaire antecedenten van dementie. Bij de kinderen van patiënten met dementie lijken de symptomen vroeger op te treden dan bij de ouders zelf, zeker als beide ouders aan de ziekte van Alzheimer leden/hadden geleden. Verder onderzoek is echter noodzakelijk om na te gaan welke risicofactoren een vroeger of een later begin van de dementie voorspellen bij de nakomelingen van demente patiënten.

Ref.: Day G. et al. Poster P2-192, AAN 2028, Los Angeles.