De diagnostische criteria voor MS werden over verloop van tijd meerdere keren bijgewerkt omdat we een almaar beter inzicht hebben gekregen in de epidemiologie en de pathofysiologie van de aandoening en als gevolg van nieuwe medische beeldvormingstechnieken en betere, gerichte behandelingen. Daarbij werd altijd gestreefd naar een compromis tussen sensitiviteit (om sneller een correcte diagnose te kunnen stellen en om op grond daarvan een geschikte behandeling te kunnen starten. Dat laatste is erg belangrijk geworden omdat het beschikbare aantal geneesmiddelen voor MS sterk is toegenomen) en specificiteit (om fout-positieve uitkomsten en als gevolg daarvan een onnodige behandeling te vermijden).

Een dertigtal wereldexperts inzake multipele sclerose zijn in 2016 in Philadelphia en in 2017 in Berlijn samengekomen om de diagnostische criteria van McDonald te herzien en te updaten. Die criteria waren niet meer veranderd sinds 2010, zowat de "prehistorie" wat MS betreft, aangezien onze kennis, de beeldvorming en de behandeling in nog geen tien jaar tijd zeer sterk zijn verbeterd. Een samenvatting van de belangrijkste wijzigingen of vernieuwingen die de experts voorstellen.

  1. Laten we beginnen met een vernieuwing. Bij patiënten met een klinisch geïsoleerd syndroom, de vroegste uiting van MS, wijst aanwezigheid van oligoklonale banden in het cerebrospinale vocht (verkregen met een lumbale punctie) op een MS als de patiënt voldoet aan de klinische criteria en de MRI-criteria van ruimtelijke spreiding en als er geen andere valabele diagnose is om de verschijnselen te verklaren.De criteria van ruimtelijke spreiding bij MRI zijn veranderd. Er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen symptomatische en niet-symptomatische letsels. Zowel corticale als juxtacorticale letsels tellen mee. Een letsel is een letsel, waar het ook ligt, en kan dus wijzen op MS.Ook een nieuwe definitie voor spreiding in de tijd. De volgende situaties wijzen op een spreiding in de tijd: gelijktijdige aanwezigheid van letsels die gadolinium opnemen, en andere die geen gadolinium opnemen, onverschillig wanneer, ook in geval van een klinisch geïsoleerd syndroom of aanwezigheid van nieuwe letsels (hyperintense letsels op T2-gewogen beelden of letsels die aankleuren met gadolinium) bij een controle-MRI in vergelijking met de initiële MRI, ongeacht de timing van de eerste MRI.MS blijft een klinische diagnose, die wordt gesteld door een neuroloog die expertise heeft inzake MS, na een grondige analyse van de klinische gegevens, de medische beeldvormingsonderzoeken en de laboratoriumresultaten.

De update van de diagnostische criteria is belangrijk om de diagnose van de verschillende vormen van MS te verbeteren, iets wat niet altijd even gemakkelijk is. Dankzij de verschillende wijzigingen van de diagnostische criteria over verloop van jaren is de tijd tussen het verschijnen van de eerste symptomen en de diagnose van MS met bijna 75% verminderd.

Ref.: Cohen J.A. et Chataway J. The new MS criteria, ECTRIMS 2017, Parijs, 26/10/2017.