...

Hiv en sigaretten: een explosieve cocktailDankzij de huidige antiretrovirale middelen is de levensverwachting van de meeste hiv-geïnfecteerde patiënten duidelijk verbeterd en is hun gemiddelde levensverwachting nu bijna gelijk aan die in de algemene bevolking. Door de drastische daling van ziekten en sterfgevallen als gevolg van de hiv-infectie sinds het einde van de jaren negentig zijn de risicofactoren die te maken hebben met de levenswijze, nu de belangrijke oorzaak van morbiditeit en mortaliteit bij die patiënten geworden.Roken veroorzaakt chronisch longlijden, kanker en hart- en vaataandoeningen en moet dus goed worden aangepakt, zeker als je weet dat hiv-geïnfecteerde patiënten bijzonder nicotineafhankelijk zijn.Om u een idee te geven van de nefaste effecten van roken op de levensverwachting van hiv-geïnfecteerde patiënten, verwijzen we naar de conclusies van een Deens cohortonderzoek dat in 2012 werd gepubliceerd door de groep van dr. Helleberg. Volgens die studie is roken bij hiv-geïnfecteerde rokers verantwoordelijk voor een verlies van 12 levensjaren en het virus slechts voor een verlies van 5 jaar. Met andere woorden, patiënten die goed worden behandeld verliezen meer levensjaren door te roken dan door de hiv-infectie. Vandaar het belang van een programma voor begeleiding van de patiënten bij rookstop. Maar zijn dergelijke programma's wel effectief bij zeer verslaafde patiënten? Twee recente studies geven een antwoord op die vraag.Belang van follow-up en ondersteuning op lange termijnIn Italië (1) hebben tabakologen artsen gespecialiseerd in hiv-infectie die in de referentiecentra van 10 ziekenhuizen werken, het 5A-programma aangeleerd om de patiënten te helpen bij het stoppen met roken. De arts moet eerst de problematiek van het roken grondig met zijn patiënt bespreken, de mate van verslaving ramen, informatie geven over de voordelen van rookstop, de motivatie inschatten, de patiënten helpen bij hun poging om te stoppen met roken en ervoor zorgen dat de patiënt op lange termijn wordt gevolgd in een centrum voor rookstop in of buiten het ziekenhuis.Tijdens een follow-up van twee jaar is slechts 7,3% van de 561 hiv-geïnfecteerde rokers erin geslaagd om gedurende minstens zes maanden te stoppen met roken. Het slaagpercentage was groter bij de patiënten die bij eerdere gesprekken blijk hadden gegeven van een sterke motivatie, en bij de patiënten die tijdens de follow-up regelmatig op gesprek waren gekomen voor ondersteuning bij hun rookstop. In die groepen was het percentage rookstop gedurende zes maanden 11%. Slechts bij 22% van de patiënten werd hulp bij rookstop, varenicline of de e-sigaret voorgesteld.Dat alles wijst erop dat enkel gesprekken zonder ondersteunende medicatie of een nicotinesubstitutietherapie en zonder lange follow-up in een speciale dienst om de motivatie te ondersteunen, weinig rendabel bij hiv-geïnfecteerde patiënten die willen stoppen met roken.Ondersteuning en motivatieDe Britse studie (2) heeft de evolutie van hiv-geïnfecteerde rokers geëvalueerd die na een evaluatie- en motivatiegesprek werden verwezen naar centra die gespecialiseerd zijn in rookstop. Van de 385 rokers die naar een centrum voor rookstop werden verwezen, hebben er zich slechts 154 (40%) bereid verklaard om het te proberen. Maar drie maanden later kwam er slecht nieuws. Van de 154 hebben er 36 daadwerkelijk contact opgenomen met de gespecialiseerde dienst, 78 hebben dat nooit gedaan en van de overige 40 is niets bekend (uit het oog verloren). 16 van de 36 'getrouwen' zijn gestopt met roken, maar de duur van rookstop wordt niet vermeld. Al met al is slechts 4% van de 385 rokers gestopt met roken.Dat alles leert hoe moeilijk hiv-geïnfecteerde patiënten het hebben om te stoppen met roken. Een onmogelijke taak? We mogen niet defaitistisch zijn, maar de methode moet wel worden verbeterd. Gesprekken en evaluaties zijn zeker waardevol, maar belangrijk om het slaagpercentage te verhogen zijn vooral follow-up, motivatie, luisterbereidheid en aanmoedigen op zeer lange termijn naast farmacologische ondersteuning.Ref.: 1) De Socio GV et al. Journal of AIDS, online gepubliceerd in januari 2020. 2) Brown J et al. BMJ Open Respiratory Research, online gepubliceerd in oktober 2019 en vrij toegankelijk.