...

Hiv-geïnfecteerde patiënten die een antiretrovirale behandeling starten, vertonen vaak symptomen die doen denken aan tuberculose, zoals zeer frequente hoestbuien, koorts, zweten 's nachts en vermagering. Die symptomen zijn echter niet specifiek voor tuberculose. Gezien het risico op een immuunreconstitutie-inflammatoir-syndroom (IRIS) bij patiënten met een niet-gediagnosticeerde en niet-behandelde tuberculose verkiezen de meeste artsen te wachten met het starten van de antiretrovirale behandeling, al was het maar enkele dagen, om meer informatie te verkrijgen over de oorzaak van de respiratoire symptomen. Volgens recente richtlijnen is het echter toegestaan de antiretrovirale behandeling bij hiv-geïnfecteerde patiënten met symptomen die doen denken aan tuberculose, meteen te starten. Een groep Engelse vorsers heeft daarom de voordelen en risico's van de timing van starten van de antiretrovirale behandeling onderzocht.Ze hebben in negen gegevensbanken gezocht naar studies uitgevoerd bij hiv-geïnfecteerde patiënten met symptomen van tuberculose, bij wie al dan niet meteen een antiretrovirale behandeling werd gestart, en die informatie bevatten over de wijze van screening op tuberculose en de klinische uitkomstmaten. Ze hebben vier studies teruggevonden die aan hun voorwaarden voldeden. In twee studies werd de antiretrovirale behandeling altijd uitgesteld bij patiënten met symptomen die deden denken aan tuberculose, en in twee, meer permissieve studies werd de antiretrovirale behandeling nog dezelfde dag gestart zonder te wachten op een eventuele bevestiging van de diagnose van tuberculose. In geen enkele van die vier studies was screening op tuberculose een primair eindpunt.In twee studies resulteerde het uitstellen van de antiretrovirale behandeling bij patiënten met symptomen van tuberculose in een vrij hoog percentage patiënten (30 tot 40%) bij wie de behandeling niet meteen werd gestart. In twee studies is vastgesteld dat een meer permissieve houding ten aanzien van een onmiddellijk starten van de antiretrovirale behandeling ertoe heeft geleid dat 90-96% van de patiënten meteen een behandeling hebben gekregen.Nog een andere belangrijke bevinding, een onmiddellijk starten van de antiretrovirale behandeling correleerde met een betere retentie van de patiënten en vooral een betere onderdrukking van het virus na acht maanden follow-up: het percentage patiënten met een onmeetbaar lage viruslast was 31% als de behandeling niet meteen was gestart, en 44% als de behandeling nog dezelfde dag was gestart. Andere argumenten voor een meer permissieve houding zijn dat tuberculose uiteindelijk maar zelden voorkomt, tussen 0% en 4%, zelfs bij patiënten met een hoge prevalentie van symptomen die doen denken aan tuberculose, en dat er geen bijwerkingen als gevolg van tuberculose en geen enkele episode van IRIS zijn gemeld.Ref.: Burke R. et al. HIV Medicine 2022;23(1):4-15.